Skarbone 14 - On Partage Un Temps

Skarbone 14De Doornikse band Skarbone 14 draait ondertussen alweer mee sinds 2001 en met hun stevige mix van ska en punk met invloeden uit klezmer, funk, hip-hop en meer, zetten ze de afgelopen jaren al menig festivalpodium in vuur en vlam. De naam van de band is een samentrekking van ska en carbone 14 of Koolstof-14, radioactieve isotoop van koolstof dat gebruikt wordt voor de datering van archeologische vondsten. Deze On Partage Un Temps is de zesde langspeler van de band, opnieuw vol maatschappijkritische nummers zoals in Un Vrai Métier, een cynisch nummer over een jongen die ervan droomt om politicus te worden, maar eigenlijk een sneer naar figuren als Bart De Wever en Charles Michel, en het vergelijkbare Quand On A Que L'avoir, over de corruptie van de macht, of La Loi Du Ballon, een aanklacht tegen de wereldwijde geldmachine die het voetbal geworden is, of nog Inégal Est Le Vent, een nummer over de vluchtelingencrisis, vooroordelen en documenten die mensen verdelen in diegene die alles hebben en mogen en zij die niets krijgen. Voor Nei Beogo, over de indrukken die een Europese bezoeker in Burkina Faso opdoet (maar tegelijk een ode aan Thomas Sankara), gaat Skarbone 14 de Afrikaanse toer op, en van eenzelfde orde maar dan in de omgekeerde richting is Exodes Ordinaires…, over een Afrikaan die met grote verwachtingen in Antwerpen aankomt, maar zijn dromen om profvoetballer te worden om zo zijn familie thuis te kunnen helpen al snel in rook ziet opgaan. Eigenlijk vat opener Tenace Est Notre Voix deze Doornikse band nog het best samen: "Tant qu'on aura de la voix, on ne baissera pas les bras!" (vrij vertaald: "Zolang we een stem hebben, zullen we niet zwijgen!"). Het album is prachtig geïllustreerd door Alex Mayo, een jonge Doornikse illustrator en grafisch kunstenaar waarmee de band nu al voor de derde keer samenwerkte. Uitstekende ska-punk van eigen bodem met een ideologisch en revolutionair kantje.

Lees verder

Ann O'aro - Ann O'aro

Ann O'aroDe uit Saint-Paul op Réunion afkomstige Ann O'aro houdt naar eigen zeggen van alles wat met lichaamsbeweging, ritme en de stem te maken heeft. O'aro: "Voordat ik voor maloya koos om te zingen over intieme en taboeonderwerpen, kwam ik uit de wereld van de krijgskunst en muziek." In haar nummers wisselt Ann af tussen Frans en Creools, waarbij ze af en toe grof uit de hoek durft komen en taboeonderwerpen als seksueel geweld, vleselijke lust (Le Corps Conquis/Lo Kor Kapé) of incest niet uit de weg gaat. Dat laatste onderwerp duikt zelfs verschillende keren op in de tracklist, en we nemen dus maar aan dat we hier tegelijk te maken hebben met een muzikaal verwerkingsproces. Een perfect voorbeeld op dit titelloze langspelerdebuut is Kap Kap, een Creoolse fonnkèr (een gemoedstoestand die eigen is aan de Reunionese bevolking en die een diep gevoel, een liefde, een geluk, een bitterheid, een emotie, een gedachte onthult; een term afgeleid van het Franse "fond du cœur", en tegelijk verwijst naar de uitdrukkingswijzen die het mogelijk maken om deze gemoedstoestand uit te drukken, in het bijzonder de Reunionese poëzie, in die mate dat het synoniem is geworden met "gedicht") die verhaalt over een incestueuze vader die de waanzin en het geweld van zijn criminele impulsen in al zijn banale wreedheid omarmt. Een beetje een uitzondering in de tracklist is Lo Shien, vrij vertaald "de hond", een evocatie over de strijd van de inwoners van Réunion voor het behoud van hun eigen taal en muziek, maar tegelijk een kritiek op de slachtofferrol waarin velen zich maar al te graag wentelen. Maloya voor de 21ste eeuw!

Lees verder

Victoria Hanna - Victoria Hanna

Victoria HannaWie de release van het Israëlische A-WA wel kon smaken, moet zeker ook eens dit titelloze album van Victoria Hanna checken. De Israëlische zangeres werd vernoemd naar haar twee grootmoeders: enerzijds de uit Egypte afkomstige Victoria, een rebelse, onconventionele vrouw, en anderzijds Hanna, vanuit Iran naar Israël gemigreerd en heel haar leven lang een vrome, nederige vrouw. Van Victoria erfde Victoria Hanna haar moed, de drang tot zelfexpressie en een honger naar het exotische, terwijl Hanna haar leerde wat onvoorwaardelijke liefde, waarheid en devotie betekenen. Het hele album is dan weer opgedragen aan Tziyon Ezra, de vader van de zangeres, en de nummers in de tracklist zijn stuk voor stuk bewerkingen van heilige, vaak kabbalistische, geschriften die hem zijn ganse leven omringden: de Sefer Jetzira, een Joods esoterisch-wetenschappelijk traktaat uit circa de derde eeuw, waarin de schepping van de kosmos door God beschreven wordt met getallen en Hebreeuwse letters, diende als inspiratiebron voor opener 22 Letters, voor Orayta/Torah was het dan weer een passage uit de Zohar, een verzameling commentaren op de Thora over de natuur van God, de oorsprong en de structuur van het universum, de natuur van de ziel, zonde, vergeving, goed en kwaad en gerelateerde onderwerpen, en Ani Yeshena/I Sleep is dan weer gebaseerd op een passage uit het Hooglied, een boek uit de Tenach of Hebreeuwse Bijbel). Intrigerende postmodernistische muzikale benadering van eeuwenoude Joodse religieuze geschriften.

Lees verder

Emilio Santiago - Emilio Santiago

Emilio SantiagoAan de constante stroom Braziliaanse heruitgaven op het Far Out Recordings label lijkt maar geen einde te komen. Deze keer aan de beurt, het titelloze debuut van crooner en bossanova balladeer Emilio Santiago uit 1975. Santiago stond bekend als het Braziliaanse antwoord op de Amerikaanse jazz-artiest Nat King Cole, maar experimenteerde net zo goed met funk, soul en boogie. Een van zijn bekendste nummers is opener Bananeira, oorspronkelijk van Gilberto Gil en João Donato en in 2000 ook nog heropgevist door Bebel Gilberto voor haar debuutalbum Tanto Tempo. Daarnaast duiken in de tracklist van dit heerlijke album ook nummers van onder ander Jorge Ben (Brother, een gospel-achtig nummer en de enige track op het album in het Engels), Marcos en Sergio Valle (La Mulata) en Ivan Lins (Depois, Doa A Quem Doer) op. João Donato speelde als toetsenist trouwens zelf mee op Emilio Santiago, naast Braziliaanse groten als drummers Wilson das Neves, Ivan 'Mamão' Conti en Paulinho, gitaristen Durval Ferreira, Carlos Roberto Rocha en Helio Delmiro, percussionisten Ariovaldo, Orlandivo en Chacal, fluitist Danilo Caymmi en een blazerssectie met Victor Assis Brasil, Edson Maciel en Jesse Sadoc. Braziliaans bossanova goud!

www.faroutrecordings.com

Eliades Ochoa & Alejandro Almenares - Dos Gigantes De La Musica Cubana

Eliades Ochoa & Alejandro AlmenaresDeze Dos Gigantes De La Musica Cubana is er zo eentje waarbij de titel al grotendeels duidelijk maakt waar het om gaat. Voor dit album bracht Tumi Music de Cubaanse gitaarlegende Eliades Ochoa samen met tres-veteraan Alejandro Almenares. De eerste behoeft nog weinig introductie want is bekend van zijn werk met Cuarteto Patria en als bandlid van Buena Vista Social Club en Afro-Cuban All Stars. Almenares is internationaal wellicht iets minder bekend, maar wordt op Cuba beschouwd als een levende legende en verdiende zijn sporen de afgelopen zeven decennia onder andere bij Trio Oriente, Quinteto Oriente (waarmee hij onder andere het populaire nummer Mueve La Cintura Mulata opnam, in 2004 als Mueve La Cintura Mulato nieuw leven ingeblazen door Omara Portuondo) en het al vernoemde Cuarteto Patria. Alejandro's vader Angel was bovendien de oprichter van La Casa De La Trova in Santiago de Cuba, een plek waar Ochoa en Almenares elkaar haast wekelijks treffen. Het resultaat is een volledig instrumentaal album vol son en boleros, waarbij de gitaar van Ochoa en de tres en requinto van Almenares vanzelfsprekend de boventoon voeren, een enkele keer aangevuld door een fluitsolo van Jorge Pujals Silva (Pepillito, Lechero), de saxofoontonen van René Dominguez (El Son De Vicentico, Mujercita Linda) of de vioolpartijen van Pedro Alarcon (La Finca De Vila, Te Vi Y Te Contemple). Plaatje dat op een zonnige ochtend gegarandeerd een glimlach op uw gezicht zal toveren!

Lees verder

Mulatu Astatke - Afro-Latin Soul Vols. 1 & 2

Mulatu AstatkeNadat Strut Records vorig jaar al voor een heruitgave van Mulatu Of Ethiopia, Mulatu Astatke's meesterwerk uit 1967, zorgde, gaat het label door op het ingeslagen pad met deze 'Afro-Latin Soul Vols. 1 & 2', destijds eveneens opgenomen voor Gil Snapper's Worthy Records label, maar een jaartje eerder dan Mulatu Of Ethiopia. Wie op dit album de typische Ethio-jazz verwacht die het handelsmerk van Astatke geworden is, zal van een koude kermis thuiskomen. Mulatu nam dit album op net nadat hij afgestudeerd was aan het befaamde Berklee College of Music in Boston en wilde een poging wagen om traditionele Ethiopische muziek te verzoenen met jazz en vooral Latin-invloeden: "I have always felt a deep connection between Latin and African music. I travelled to Cuba and listened to their musicians; the tempo, rhythm and feeling was very similar to different African forms. In the mid-nineteen sixties, I formed a band called The Ethiopian Quintet in New York comprising Ethiopian, Latin and Afro-American musicians – the band included trumpeter and pianist Rudy Houston, who later played with Yambu, and Felix Torres, who played with La Sonora Ponceña.". De beste tracks op Afro-Latin Soul (opener I Faram Gami I Faram, een adaptatie van een Ethiopisch krijgslied, het betoverende Shagu, het jazzy One For Buzayhew, het romantische A Kiss Before Dawn…) klinken als de betere Latin-jazz, maar hier en daar (Alone In The Crowd, Love Mood For Two…) roept dit album toch ongewild herinneringen op aan de muzak die u nog hier en daar nog in de lift van een hotel of als wachtmuziek aan de telefoon te horen krijgt. Eentje voor de Mulatu diehards dus, interessant experiment, maar zeker niet het album waarvoor de man blijvend herinnerd zal worden.

www.strut-records.com

Don Kipper - Seven Sisters

Don KipperSeven Sisters is het langspelerdebuut van Don Kipper, een zevenkoppige bende uit het noordoosten van Londen. De titel van het album verwijst naar het stadsdeel (deel van de Borough of Haringey) waar het gros van de bandleden gevestigd is; een buurt die bekendstaat on zijn multiculturele karakter. Het mag dan ook niet verbazen dat de sound van Don Kipper een weerspiegeling is van de invloeden die de diverse bandleden dagelijks in en om Seven Sisters kunnen opsnuiven, gaande van de marktkramers van Ridley Road over de drukte van Joodse bakkerijen, laatavondsessies in Dalston's jazzclubs en de houtskoolgeur van Turkse barbecues als je op een vrijdagavond van Green Lanes naar de Kingsland Road loopt. Op dit album een mix van traditionele Griekse (Opa Ela, Min Orkizese, origineel van de Griekse rebetiko-componist Dimitrios Semsis) en Turkse folk (Gül Ali), Balkan-invloeden (Hajri Me Ta Dike, een herinterpretatie van een klassieker van de Macedonische diva Esma Redzepova) en klezmer (Cassenbaumer Sher), of zoals ze het zelf graag samenvatten: "Traditional music of North-East London!".

Lees verder

Arturo Jorge y El Cuarteto Tradicion - Finca Santa Elena

Arturo Jorge y El Cuarteto TradicionWie nog eens zin heeft in een uitstekend schijfje vol authentieke Cubaanse son, guajira en trova, moet zeker eens deze Finca Santa Elena van Arturo Jorge y El Cuarteto Tradicion eens een kans geven. Arturo werd geboren in San Rafael, een dorpje in de landelijke Granma provincie in het zuidoosten van Cuba. De man ontwierp zelf een dubbele tres, die hij zelf "octatres" noemde en is voorlopig de enige muzikant op de planeet die het instrument bespeelt. Jorge laat zich voor zijn nummers liefst inspireren door het plattelandsleven in zijn geboortestreek Granma. Arturo wordt vaak vergeleken met Cubaanse helden als Miguel Matamoros, Polo Montañez en Compay Segundo, en in No Va A Morir La Trova Tradicional steekt hij zijn bewondering voor zijn helden dan ook niet onder stoelen of banken. Niet van zijn eigen hand is titelnummer Finca Santa Elena, dat gepend werd door Tumi Music oprichter Mo Fini en gebruikt werd voor de soundtrack van Mambo Man, een nog te verschijnen op feiten gebaseerde film over JC, een lokale muziekproducer en -promotor, boer en kleine oplichter die weet te overleven door gebruik te maken van zijn verstand en verbeeldingskracht. Authentieke Cubaanse charme!

Lees verder

Orlando Cachaito Lopez - Cachaito

Orlando Cachaito LopezMet de heruitgave van deze Cachaito gaat World Circuit Records verder op het pad dat ze eerder al waren ingeslagen met luxe vinyl-releases van onder andere Ruben Gonzalez' Introducing… Ruben Gonzalez, Ibrahim Ferrer's Buena Vista Social Club Presents Ibrahim Ferrer, en natuurlijk Buena Vista Social Club zelf. Dit soloalbum van Buena Vista Social Club bassist Orlando 'Cachaito' Lopez, de enige muzikant die op alle nummers van Buena Vista meespeelde, dateert oorspronkelijk uit 2001, al mag u data "solo" meteen met een korreltje zout nemen want ook Afro-Cuban All Stars Buena Vista maatjes Miguel 'Anga' Diaz (conga's), Amadito Valdés (timbalen) en Ibrahim Ferrer (vocals) werkten aan Cachaito mee. Voeg daar nog namen als surf-gitarist Manuel Galban (tevens lid van de Cubaanse doowop band Los Zafiros), de Jamaicaanse toetsenist Bigga Morrison, de Amerikaanse funksaxofonist Alfred 'Pee Wee' Ellis, de Zuid-Afrikaanse trompettist Hugh Masekela en de Franse hip-hoppionier DJ Dee Nasty aan toe en je krijgt een ijzersterke internationale all-star cast waarmee het moeilijk fout kon lopen. Het resultaat is een fascinerend album dat natuurlijk hints bevat naar Cachaito's werk met Buena Vista (Wahira) en Afro-Cuban All Stars (Conversacion), maar dat vooral stukken jazzier klinkt en zelfs een vleugje hip-hop (Cachaito In Laboratory) of dub (Redencion) niet schuwt.

Lees verder

AMMAR 808 - Maghreb United

AMMAR 808Als de sound van deze Maghreb United van AMMAR 808 herinneringen oproept aan Targ van het Tunesische Bargou 08, dan is dat zeker geen toeval, want het brein achter dit project is opnieuw de Tunesische toetsenist Sofyann Ben Youssef. Voor dit project waarmee Sofyann naar eigen zeggen het muzikale verleden van de Maghreb wilde laten botsen met de toekomst, liet hij zich inspireren door de sound van de TR-808, een klassieke analoge drumcomputer van Roland uit 1980; een toestel waar de naam van de band eveneens naar verwijst: "As soon as you put on distortion, filters, samples, the 808 can shape the sound any way you want. I'm a big science fiction fan; I dream about it. This project is a way to try and build a possible understanding of the world and the musical identity of the world today. It puts everything in a futuristic frame that opens ways to reflect on the present. Experimenting is my way of doing things, and this project is an experiment about a possible future through music and video. The music on Maghreb United is the past with now and the future with now. I'm trying to weave threads from folklore and mythology into futurism. And I'm not necessarily projecting a positive image; from all we can see, things aren't going in the right direction. What I hope is that it will raise an alarm. It's an album that brings power and traditional music together.".

Lees verder

Disques Debs International, An Island Story Volume 1: Biguine, Afro Latin & Musique Antillaise 1960-1972

Disques Debs InternationalDeze Disques Debs International, An Island Story Volume 1 is de eerste compilatiereeks van één van de belangrijkste Frans-Caribische labels, het Guadeloupse Disques Debs International. Het label werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw opgericht door Henri Debs en produceerde in de daaropvolgende vijf decennia niet minder dan 300 7inch singles en 200 LP's, in genres variërend van vroege beguine en bolero's tot zouk en reggae, en daarbij een cruciale rol spelend in de verspreiding van de Frans-Antilliaanse cultuur. Dit eerste volume, samengesteld door Hugo Mendez (Sofrito) en Emile Omar (Radio Nova), focust op de vroege jaren van het label, toen nog werd opgenomen in een achterkamer van Henri's winkeltje in Point-à-Pitre. Naast Henri's eigen kwintet en sextet (Douce Kombass, Moin Çe On Maléré met Paul Blamar), zijn onder andere bands als Orchestre Esperanza (Ou Pas Bel met Jean Leroy) en Orchestre Caribbean Jazz te horen, maar ook jazz-poëet en radiopersoonlijkheid Casimir 'Caso' Létang (Travail Z'enfants! Chantez Après!) en de folkloristische gwo ka artiest Sydney Leremon (You You Matayango) maken hun opwachting. Daarnaast haalde Disques Debs ook toerende artiesten als de Haïtiaanse trompettist Raymond Cicault ('À Mon Ami Lucien Jolibois') en de Trinidadiaanse Cyril Diaz (Feeling Happy) naar de studio. Volume 2 en 3 mag u verwachten in 2019. Unieke inkijk in de Frans-Antilliaanse muziekgeschiedenis.

www.strut-records.com

Piñata Protest - Necio Nights

Piñata ProtestVoeg gelijke delen The Pogues, Maldita Vecindad en Rowwen Hèze toe in een blender, even goed schudden en je krijgt Piñata Protest, een vierkoppige band uit San Antonio, Texas. Deze 'Necio Nights' is meteen Piñata Protest's de derde langspeler en hun eerste internationale release. Verwacht je aan een stevig Mexicaans feestje waarin frontera genres als norteño, huapango norteño en cumbia overgoten worden met stevige punk en ska en een hoofdrol steeds is weggelegd voor het accordeon van frontman Alvaro Del Norte. In de tracklist 10 feestelijke nummers van eigen makelij en één cover van de Mexicaanse norteño-koning Ramon Ayala (afsluiter 'Tragos Amargos').

www.pinataprotestband.com | www.kasbamusic.com | www.xmd.nl

Invisible System - Bamako Sessions

Invisible SystemInvisible System is het pseudoniem van de Engelse producer Dan Harper die vooral bekendheid verwierf met zijn Ethio-fusion albums. Zoals de titel van dit album al aangeeft trok hij voor deze Bamako Sessions deze keer echter naar Mali, waar hij in 1999 werkte als hulpverlener, zijn vrouw tegen het lijf liep en vader werd. Harper vestigde zich in Samé, een groene voorstad van Bamako waar hij zich omringde met griot-muzikanten als gitarist en percussionist Banjougou Koyaté, ngoni- en tama/talking drum-speler Ousmane Dagnon, gitarist en kalebas-speler Sidi Touré en gitarist Kalifa Koné (Salif Keita, Oumou Sangare…). De opnames vonden plaats in een met matrassen tot opnamestudio omgevormd huurhuis en het hele album werd in zowat een maand afgewerkt. Op het volledig instrumentale Bamako Sessions gaat het van uiterst traditioneel en simplistisch (opener Ndiaro, waarin enkel de ngoni van Ousmane Dagnon te horen is, Koroke Nommos, Dogoke Jeli en afsluiter Mali Griot zijn van eenzelfde orde) tot bezwerende mixen van traditionele Malinese instrumentatie met westerse electro. Check zeker eens het heerlijke meer dan zeven minuten durende Banjougou waarin de kora van Seyba Kouyaté mag duelleren met de gitaar van Bonjougou Koyaté (die vlak na de opnames overleed en met dit album dus zijn muzikale testament achterlaat), en ook nummers als Zéna of het licht psychedelische Bamako behoren tot de absolute hoogtepunten uit de tracklist. Malinees pareltje!

Lees verder

Chalo Correia - Akuá Musseque

Chalo CorreiaWie nog op zoek is naar een zwoele zomersoundtrack moet zeker deze Akuá Musseque van Chalo Correia eens een kans geven. Chalo Correia is een singer-songwriter, geboren in het Luanda van eind jaren zestig van de vorige eeuw en groeide op in een door burgeroorlog verscheurd Angola van de jaren zeventig.

Een stukje Angolese geschiedenis… Nadat de Portugezen in 1975 de macht overdroegen aan de Angolezen, begonnen het door de Sovjetunie en Cuba gesteunde MPLA van dr. Agostinho Neto en het door Zuid-Afrika gefinancierde en militair ondersteunde UNITA van Jonas Savimbi en Antonio da Costa Fernandes elkaar te bekampen in een bod om de macht over het land. In 1991 tekenden president en MPLA kopstuk José Eduardo dos Santos en UNITA-leider Jonas Savimbi de zogenaamde Bicesse Akkoorden, de eerste van een hele reeks vredesakkoorden. Savimbi werd vermoord in 2002, dos Santos trad uiteindelijk af als president in 2017 en tegenwoordig delen beide partijen officieel de macht. Enkel het FLEC, dat vecht voor de afscheiding van Cabinda, een Angolese enclave ingeklemd tussen de Democratische Republiek Congo en Congo-Brazzaville, blijft de strijd verderzetten.

Aangezien de MPLA de macht had in de hoofdstad Luanda, werd Correia in zijn jeugd vooral beïnvloed door revolutionaire bands als Os Merengues en Os Kiezos. In het begin van de jaren negentig verhuisde Chalo naar Portugal waar hij zich verder bekwaamde in het bespelen van de gitaar en de mondharmonica. Op Akuá Musseque 7 tracks waarin Correia op een eigentijdse manier speelt met traditionele Angolese genres als semba (de Angolese voorloper van de Braziliaanse samba), rebita (Filho Do Mundo), rumba (Nga Mbaxi) en kazucuta (opener Chica Dyá Makongo). Allemaal eigen nummers, behalve Nga Mbaxi, waarvoor Chalo de mosterd haalde bij Caduque, een oud liefdesliedje uit het einde van de negentiende eeuw, terug te vinden in Textos Africanos De Expressão Portuguesa, een werk van de Angolese auteur en folklorist Oscar Ribas. Uitstekend alternatief voor moderne maar soms agressieve Angolese genres als kuduro en kizomba die tegenwoordig hoogtij vieren.

www.xmd.nl

Baiano & Os Novos Caetanos + Azambuja & Cia

Azambuja & CiaBaiano & Os Novos CaetanosFar Out Recordings pakt deze keer uit met twee aparte heruitgaven, want het gaat hier om muzikale producties van de Braziliaanse komieken Chico Anysio en Arnauld Rodrigues.

Baiano & Os Novos Caetanos was dan weer een project waarmee het duo, onder de pseudoniemen Baiano en Paulinho Boca de Profeta, de Braziliaanse tropicalia-beweging van de jaren zeventig parodieerde. De bandnaam was zowel een verwijzing naar Caetano Veloso als naar de psychedelische rockers van Novos Baianos. Daarnaast was dit album, dat origineel in 1974 verscheen, een poëtische kritiek op de toenmalige militaire dictatuur in het land. De heren van Azymuth, zorgden samen met meestertoetsenist Jose Roberto Bertrami, percussionist Orlandivo en multi-instrumentalist Durval Ferreira voor de muzikale ondersteuning. Het album werd opgenomen voor een livepubliek en bevat 11 tracks in een mix van MPB, funk en soulvolle sambarock, aangevuld met invloeden uit de Braziliaanse folk.

Het tweede album, Azambuja & Cia verscheen origineel in 1975 en was een soundtrack of een muzikale herinterpretatie bij een populaire komische Braziliaanse televisiereeks waarin Anysio de rol van Paulo Mauricio Azambuja, een besnorde oplichter uit Rio wiens zwendeltjes altijd mislukten. Opnieuw geruggensteund door Azymuth, toetsenist Jose Roberto Bertrami, saxofonist Victor Assis Brasil en multi-instrumentalist Durval Ferreira, leverde het duo 7 uiterst genietbare tracks af in een mix van jazzfunk, sambasoul en MPB. Op elke kant van de plaat was ook een komische livemonoloog te horen, maar daarvoor moet u natuurlijk wel het Braziliaanse Portugees machtig zijn.

www.faroutrecordings.com

Bernard Orchestar - Le Futur Du Passé

Bernard OrchestarAan de release van Le Futur Du Passé gingen al twee EP's vooraf, maar dit is wel degelijk de eerste langspeler van Bernard Orchestar, een tienkoppige Brusselse Balkan-fanfare die al van in 2011 aan de weg timmert. De band mixt op aanstekelijke wijze traditionele Balkan-muziek, maar ook invloeden uit het Turkse oriëntalisme (Kavur Baliklari, een herwerking van een Turkse traditional met Isabel Sokol-Oxman op vocalen, en ook afsluiter Le Boucher Espagnol is gebaseerd op een Turkse traditional), met westerse electro en drum & bass invloeden, en creëert zo dus inderdaad letterlijk "de toekomst van het verleden". Aanraders uit de tracklist zijn de instrumentale opener Henri Piège, Balkan-fanfare meets drum & bass, de dubby herwerking van de al vernoemde Turkse traditional Kavur Baliklari, het feestelijke Unua Kopanica, waarin Balkan-fanfare langzaam overloopt in Westerse clubmuziek, Halay 808, met een orgeltje dat ons wat aan de dabke van Omar Souleyman deed denken, en tenslotte het psychedelische BBB. U merkt dat wij moeilijk kiezen konden en met Le Futur Du Passé serveert Bernard Orchestar dan ook de beste Balkan-schijf die wij in tijden mochten aanhoren.

Lees verder

Yiddish Glory - The Lost Songs Of World War II

Yiddish GloryWie zin heeft in een stevig stukje unieke muziekgeschiedenis, moet zeker deze The Lost Songs Of World War II eens checken. Het betreft hier een collectie Jiddische liederen uit het Rusland van de Tweede Wereldoorlog, destijds verzameld door etnomusicologen Moisei Beregovsky en Ruvim Lerner, verbonden aan het Kiev Institute for Jewish Proletarian Culture. Het project werd echter nooit afgewerkt, want Beregovsky werd in 1950 gearresteerd tijdens de antisemitische acties in het Stalinistische Rusland van net na de oorlog. De dozen met archiefmateriaal werden verzegeld en bleven decennialang spoorloos.

Een beetje historische duiding is hier wellicht op zijn plaats… Na de oprichting van Israël in mei 1948 en de steun die de jonge natie in volle Koude Oorlog aan de Verenigde Staten toezegde, werden de twee miljoen Sovjet-Joden, die het Sovjetsysteem steeds trouw waren gebleven, plots door het Stalinistische regime afgeschilderd als een mogelijk vijfde colonne. Ondanks zijn persoonlijke afkeer van de Joden, had Stalin zich een vroege voorstander van een Joodse staat in Palestina getoond, omdat hij hoopte er een Sovjet-satellietstaat in het Midden-Oosten van te kunnen maken. De aankomst van Golda Meir in Moskou als de eerste Israëlische ambassadeur in de USSR in de herfst van 1948 bracht duizenden Russische Joden op de been en die scandeerden allen: "Am Yisroel chai!" ("Het volk van Israel leeft!"), een eeuwenoude strijdkreet die door een paranoïde Stalin echter gehoord wordt als een gevaarlijk teken van "Joods bourgeoisnationalisme" dat de autoriteit van de Sovjetstaat ondermijnde. In november van 1948 begonnen de Sovjetautoriteiten met een campagne om alles wat nog overbleef van de Joodse cultuur in de USSR uit te roeien. De leiders van het Joods Antifascistisch Comité werden gearresteerd en beschuldigd van verraad, bourgeoisnationalisme en het plannen van de oprichting van een Joodse republiek in de Krim om de Amerikaanse belangen te dienen. Joodse musea werden een na een gesloten en gedurende de nacht van 12 op 13 augustus 1952, berucht als de Nacht van de vermoorde dichters, werden dertien van de meest prominente Jiddische dichters in de Sovjetunie op last van Stalin geëxecuteerd. Maar in de periode van de Tweede Wereldoorlog, de jaren waaruit al de liederen op deze compilatie dateren, hadden de Russische Joden het dus nog relatief goed - al begon Stalin na de Sovjetinvasie van Polen in 1939 massaal Joden te deporteren naar de Joodse Autonome Oblast (Joods autonoom gebied tegen de grens met China en buiten Israël het enige gebied ter wereld met een officiële Joodse status) en andere delen van Siberië - en konden zich dus vrij uitleven in hun muziek.

Lees verder

Coco Malabar - Tabla Rasa

Coco MalabarIn de jaren negentig van de vorige eeuw was de Congolese Brusselaar Coco Malabar (echte naam Nicolas Tumba) nog een vaste waarde in de Belgische wereldmuziekscene, maar daarna werd het stil rond de singer-songwriter. Tot nu dus, want met deze Tabla Rasa begint de man met een schone lei! Coco groeide op luisterend naar de Miriam Makeba platen van zijn vader, maar raakte later zelf in de ban van Fela Kuti en Joseph 'Le Grand Kallé' Kabasele. Zelf omschrijft hij zijn stijl als een mix van Afro-pop, Afro-rock en Afro-groove.

Lees verder

Les Tambours De Brazza - Kongo

Les Tambours De BrazzaAl sinds 1991 leidt Jean-Emile Biayenda het Congolese percussieorkest Les Tambours De Brazza, bekend vanwege het gebruik van hun grote houten ngoma-trommels. Het was ondertussen al weer vijf jaar geleden dat we nog eens van de band hoorden en voor deze Kongo werden dan ook niet alleen enkele personeelswissels doorgevoerd, maar kwam ook het vocale gedeelte in de muziek van Les Tambours een stuk meer op de voorgrond. Kongo opent met Ya Samba, een feestelijke ode aan de ngoma-trommels, en van het nog energieker klinkende Ba Kwaku Wo zou je nooit vermoeden dat het eigenlijk een klaagzang betrof. Iets intiemer, maar bijna net even dansbaar is Ah Me Bunsana, waarin de band zich de vraag stelt hoe je je alleen staande kunt houden in deze wereld zonder de steun van familie of geliefden. Met Brazza brengen de drummers een ode aan hun thuisland en ook titelnummer Kongo Diani, waarvoor Les Tambours De Brazza het gezelschap kregen van zangeres Bakaboula Monie, is van eenzelfde orde. Cameleon, een muzikale interpretatie van een oud Congolees gezegde, werd dan weer geschreven door de Congolese Brusselaar Fredy Massamba. De meest traditionele track op Kongo is zonder de minste twijfel Nzila Bangou, een aanklacht tegen de allesverwoestende houtkap in Congo-Brazzaville, waarin alleen stemmen en percussie (ngoma-trommels, maracas en ngongui-bellen) te horen zijn. Ook afsluiter Makangou Ma Tata is van eenzelfde muzikale orde en een lekker stukje soukous krijgen we tenslotte nog met Nsaka Soukous Tambours. Uitstekend Congolees feestje!

www.budamusique.com | www.xmd.nl

Toure Kunda - Lambi Golo

Toure KundaNa een hiatus van tien jaar, maakt het legendarische Senegalese duo Toure Kunda zijn comeback met Lambi Golo. Met de titel van het album, verwijzen de broers uit Zinguinchor, de grootste stad in Casamance (een gebied in Senegal ingeklemd tussen Gambia in het noorden en Guinee-Bissau in het zuiden, dat door de ligging ten zuiden van Gambia, een voormalige Engelse kolonie, altijd een relatief geïsoleerde positie ingenomen heeft ten opzichte van het politieke en economische centrum rond de hoofdstad Dakar, red.) naar het traditionele Afrikaanse worstelen en in het funky titelnummer betreuren ze het feit dat een eeuwenoude traditie nu gereduceerd wordt tot een spektakel waarin alles om grof geld draait. Lambi Golo opent met het heerlijke Demaro, een warme oproep om de ander te helpen ongeacht zijn afkomst of noden, waarin een hoofdrol is weggelegd voor de sax van de legendarische Manu Dibango. Voor dit album nam het duo ook Emma, één van hun grootste successen opnieuw onder handen en gaf het met de hulp van gitaarheld Santana en rapper Nelson Palacios (Cuban Beats All Stars) een salsa/hip-hop kleurtje.

Lees verder