Bernard Orchestar - Le Futur Du Passé

Bernard OrchestarAan de release van Le Futur Du Passé gingen al twee EP's vooraf, maar dit is wel degelijk de eerste langspeler van Bernard Orchestar, een tienkoppige Brusselse Balkan-fanfare die al van in 2011 aan de weg timmert. De band mixt op aanstekelijke wijze traditionele Balkan-muziek, maar ook invloeden uit het Turkse oriëntalisme (Kavur Baliklari, een herwerking van een Turkse traditional met Isabel Sokol-Oxman op vocalen, en ook afsluiter Le Boucher Espagnol is gebaseerd op een Turkse traditional), met westerse electro en drum & bass invloeden, en creëert zo dus inderdaad letterlijk "de toekomst van het verleden". Aanraders uit de tracklist zijn de instrumentale opener Henri Piège, Balkan-fanfare meets drum & bass, de dubby herwerking van de al vernoemde Turkse traditional Kavur Baliklari, het feestelijke Unua Kopanica, waarin Balkan-fanfare langzaam overloopt in Westerse clubmuziek, Halay 808, met een orgeltje dat ons wat aan de dabke van Omar Souleyman deed denken, en tenslotte het psychedelische BBB. U merkt dat wij moeilijk kiezen konden en met Le Futur Du Passé serveert Bernard Orchestar dan ook de beste Balkan-schijf die wij in tijden mochten aanhoren.

Lees verder

Yiddish Glory - The Lost Songs Of World War II

Yiddish GloryWie zin heeft in een stevig stukje unieke muziekgeschiedenis, moet zeker deze The Lost Songs Of World War II eens checken. Het betreft hier een collectie Jiddische liederen uit het Rusland van de Tweede Wereldoorlog, destijds verzameld door etnomusicologen Moisei Beregovsky en Ruvim Lerner, verbonden aan het Kiev Institute for Jewish Proletarian Culture. Het project werd echter nooit afgewerkt, want Beregovsky werd in 1950 gearresteerd tijdens de antisemitische acties in het Stalinistische Rusland van net na de oorlog. De dozen met archiefmateriaal werden verzegeld en bleven decennialang spoorloos.

Een beetje historische duiding is hier wellicht op zijn plaats… Na de oprichting van Israël in mei 1948 en de steun die de jonge natie in volle Koude Oorlog aan de Verenigde Staten toezegde, werden de twee miljoen Sovjet-Joden, die het Sovjetsysteem steeds trouw waren gebleven, plots door het Stalinistische regime afgeschilderd als een mogelijk vijfde colonne. Ondanks zijn persoonlijke afkeer van de Joden, had Stalin zich een vroege voorstander van een Joodse staat in Palestina getoond, omdat hij hoopte er een Sovjet-satellietstaat in het Midden-Oosten van te kunnen maken. De aankomst van Golda Meir in Moskou als de eerste Israëlische ambassadeur in de USSR in de herfst van 1948 bracht duizenden Russische Joden op de been en die scandeerden allen: "Am Yisroel chai!" ("Het volk van Israel leeft!"), een eeuwenoude strijdkreet die door een paranoïde Stalin echter gehoord wordt als een gevaarlijk teken van "Joods bourgeoisnationalisme" dat de autoriteit van de Sovjetstaat ondermijnde. In november van 1948 begonnen de Sovjetautoriteiten met een campagne om alles wat nog overbleef van de Joodse cultuur in de USSR uit te roeien. De leiders van het Joods Antifascistisch Comité werden gearresteerd en beschuldigd van verraad, bourgeoisnationalisme en het plannen van de oprichting van een Joodse republiek in de Krim om de Amerikaanse belangen te dienen. Joodse musea werden een na een gesloten en gedurende de nacht van 12 op 13 augustus 1952, berucht als de Nacht van de vermoorde dichters, werden dertien van de meest prominente Jiddische dichters in de Sovjetunie op last van Stalin geëxecuteerd. Maar in de periode van de Tweede Wereldoorlog, de jaren waaruit al de liederen op deze compilatie dateren, hadden de Russische Joden het dus nog relatief goed - al begon Stalin na de Sovjetinvasie van Polen in 1939 massaal Joden te deporteren naar de Joodse Autonome Oblast (Joods autonoom gebied tegen de grens met China en buiten Israël het enige gebied ter wereld met een officiële Joodse status) en andere delen van Siberië - en konden zich dus vrij uitleven in hun muziek.

Lees verder

Coco Malabar - Tabla Rasa

Coco MalabarIn de jaren negentig van de vorige eeuw was de Congolese Brusselaar Coco Malabar (echte naam Nicolas Tumba) nog een vaste waarde in de Belgische wereldmuziekscene, maar daarna werd het stil rond de singer-songwriter. Tot nu dus, want met deze Tabla Rasa begint de man met een schone lei! Coco groeide op luisterend naar de Miriam Makeba platen van zijn vader, maar raakte later zelf in de ban van Fela Kuti en Joseph 'Le Grand Kallé' Kabasele. Zelf omschrijft hij zijn stijl als een mix van Afro-pop, Afro-rock en Afro-groove.

Lees verder

Les Tambours De Brazza - Kongo

Les Tambours De BrazzaAl sinds 1991 leidt Jean-Emile Biayenda het Congolese percussieorkest Les Tambours De Brazza, bekend vanwege het gebruik van hun grote houten ngoma-trommels. Het was ondertussen al weer vijf jaar geleden dat we nog eens van de band hoorden en voor deze Kongo werden dan ook niet alleen enkele personeelswissels doorgevoerd, maar kwam ook het vocale gedeelte in de muziek van Les Tambours een stuk meer op de voorgrond. Kongo opent met Ya Samba, een feestelijke ode aan de ngoma-trommels, en van het nog energieker klinkende Ba Kwaku Wo zou je nooit vermoeden dat het eigenlijk een klaagzang betrof. Iets intiemer, maar bijna net even dansbaar is Ah Me Bunsana, waarin de band zich de vraag stelt hoe je je alleen staande kunt houden in deze wereld zonder de steun van familie of geliefden. Met Brazza brengen de drummers een ode aan hun thuisland en ook titelnummer Kongo Diani, waarvoor Les Tambours De Brazza het gezelschap kregen van zangeres Bakaboula Monie, is van eenzelfde orde. Cameleon, een muzikale interpretatie van een oud Congolees gezegde, werd dan weer geschreven door de Congolese Brusselaar Fredy Massamba. De meest traditionele track op Kongo is zonder de minste twijfel Nzila Bangou, een aanklacht tegen de allesverwoestende houtkap in Congo-Brazzaville, waarin alleen stemmen en percussie (ngoma-trommels, maracas en ngongui-bellen) te horen zijn. Ook afsluiter Makangou Ma Tata is van eenzelfde muzikale orde en een lekker stukje soukous krijgen we tenslotte nog met Nsaka Soukous Tambours. Uitstekend Congolees feestje!

www.budamusique.com | www.xmd.nl

Toure Kunda - Lambi Golo

Toure KundaNa een hiatus van tien jaar, maakt het legendarische Senegalese duo Toure Kunda zijn comeback met Lambi Golo. Met de titel van het album, verwijzen de broers uit Zinguinchor, de grootste stad in Casamance (een gebied in Senegal ingeklemd tussen Gambia in het noorden en Guinee-Bissau in het zuiden, dat door de ligging ten zuiden van Gambia, een voormalige Engelse kolonie, altijd een relatief geïsoleerde positie ingenomen heeft ten opzichte van het politieke en economische centrum rond de hoofdstad Dakar, red.) naar het traditionele Afrikaanse worstelen en in het funky titelnummer betreuren ze het feit dat een eeuwenoude traditie nu gereduceerd wordt tot een spektakel waarin alles om grof geld draait. Lambi Golo opent met het heerlijke Demaro, een warme oproep om de ander te helpen ongeacht zijn afkomst of noden, waarin een hoofdrol is weggelegd voor de sax van de legendarische Manu Dibango. Voor dit album nam het duo ook Emma, één van hun grootste successen opnieuw onder handen en gaf het met de hulp van gitaarheld Santana en rapper Nelson Palacios (Cuban Beats All Stars) een salsa/hip-hop kleurtje.

Lees verder

Samba Toure - Wande

Samba ToureToen de Malinese zanger en meestergitarist Samba Toure aan Wande ("de geliefden") begon, had hij een duidelijke visie voor ogen over waar hij met dit album naartoe wilde, maar eens de opnamesessies erop zaten, bleef van die initiële plannen weinig over: "We had a totally different album in mind, a return to something more traditional, almost acoustic. I think this album is less dark than the previous ones. It has some sad and serious songs, but it sounds more peaceful. All the first takes have been kept, I didn't re-record any guitar lines, the first takes are the one you can hear on the album. There are less overdubs than in previous albums, we didn't try to polish or make anything perfect, it gives a more natural feeling.". Wande werd opgenomen in een tijdsspanne van ongeveer twee weken: "One of the main difficulties we have in Mali is to reunite everyone at same moment. Every young musician plays in at least three bands or has a side job; only a few musicians in Mali can live from music, and have to work, so they are always busy. For the most part, I recorded the guitars first, then came percussion and bass.". De stevige ngoni- en gitaarduels uit voorganger Gandadiko zijn verdwenen en in de plaats krijgen we diepe, trage bluesy grooves (de enige uitzondering in de tracklist is Yerfara, dat iets energieker klinkt dan de rest van de tracks op Wande). Samba had maar twee nummers klaar voor hij de studio indook: titelnummer Wande, een liefdesverklaring aan zijn echtgenote, en afsluiter Tribute To Zoumana Tereta, een ode aan de in mei van 2017 overleden sokou- of njarka-virtuoos waarmee Touré vaak samenwerkte. Samba gebruikte trouwens nog een sample van Tereta's werk en diens geest waart dus letterlijk door het nummer. Ook de tama (talking drum) kreeg een prominentere rol op Wande: "I've always loved tama, for its sounds, it's the only drum that can play eight notes. It's so energetic. And I love tama for its symbol, its tradition. Before cellphones, when something important happened in a village, people would reunite on a place by the call of tama player. It's a symbol of call to reunion.". Normaal gesproken zouden wij Wande omschrijven als een meer dan uitstekend woestijnblues of Mali-blues album, maar dat vindt Samba getuigen van journalistieke luiheid en dus houden we het maar op essentieel Malinees luistervoer waarin zowel invloeden uit het werk van peetvader Ali Farka Toure als rockheld Keith Richards doorklinken.

www.samba-toure.com | www.glitterbeat.com | www.xmd.nl

Fatoumata Diawara - Fenfo

Fatoumata DiawaraSinds Fatou, haar solodebuut uit 2011, deed Fatoumata Diawara zowat alles behalve aan een nieuw soloalbum werken. De Malinese schone speelde een rolletje in Timbuktu, een film van Abderrahmane Sissako uit 2014, nam een livealbum op met de Cubaanse pianist Roberto Fonseca, en stapte vervolgens mee in het Lamomali project van Matthieu Chedid aka. M. Het mag dan ook niet verbazen dat Fatou ook voor deze Fenfo ("ik heb iets te zeggen") opnieuw de handen ineensloeg met de Franse producer en componist. Fatoumata stelt zelf: "I've had so many different musical adventures since the last album, touring and working with so many other musicians and I think you can hear how all of that feeds into this record. This is my time an d I'm sharing my soul!".

Lees verder

Skaparapid - Revolta

SkaparapidSkaparapid is een Spaanse ska-punk formatie die in 1993 werd opgericht in het Kasal Popular, het hoofdkwartier van de krakersbeweging Movimiento Okupa in Valencia en met hun antimilitaristische en antifascistische repertoire (Kolors) vooral populariteit genoot in Spanje en Latijns-Amerika en waarbij vooral de combinatie van de mannen- en vrouwenstemmen van vocalisten Josep, Dani en Carmen opviel. In 2007 gaven de bandleden er de brui aan, maar onlangs begon het opnieuw te kriebelen en nu is er dan deze Revolta (Valenciaans voor "revolte", in de zin van een opstand, maar in dit geval ook "uit de assen herrijzen" of "terugkomen"), een compilatiealbum met twintig van de populairste nummers van de band, samengesteld op basis van de favorieten van hun fans.

Lees verder

Bombino - Deran

BombinoHet uit 2016 daterende Azel nam de Nigerese Toeareg en gitaarvirtuoos Bombino nog op in Woodstock in de Verenigde Staten, maar voor deze Deran (Tamashek voor "beste wensen") besloot hij terug te keren naar het Afrikaanse continent en trok naar Casablanca waar hij kon beschikken over een studio die zowaar eigendom is van Mohammed VI, de huidige koning van Marokko. Het genre dat Bombino brengt mag dan wel bekendstaan als Toeareg-blues of tichumaren, de nummers op Deran klinken opvallend opgewekt. Het album opent met Imajghane, een aanstekelijke ode aan het Toeareg-volk, meteen gevolgd door het stevigere titelnummer Deran Deran Alkheir, eigenlijk een adaptatie van Toeareg-traditional die vooral tijdens trouwfeesten gespeeld wordt, maar door Bombino getransformeerd werd tot een boodschap van hoop in een tijdperk van grote smart en tumult. Bombino stootte destijds natuurlijk ook door met zijn eigen mix van reggae en Toearegmuziek, een subgenre dat hij zelf "tuareggae" doopte, en ook op Deran duiken enkele van die typische Bombino-nummers op (Tehigren, Tenesse). Onze persoonlijke favoriet op Deran is echter het instrumentale en licht psychedelisch klinkende Takamba, een nummer waarop je heerlijk kunt wegdromen over uitgestrekte woestijnen. Alweer een klein Toeareg-meesterwerkje, zeker als je weet dat Bombino amper tien dagen nodig had om dit uitstekende album af te werken!

Lees verder

Koum Tara - Koum Tara

Koum TaraKoum Tara is een project rond de Franse componist, arrangeur en pianist Karim Maurice waarin chaabi ("populair" in het Arabisch en dus het Algerijnse equivalent van onze popsong), klassieke strijkers (vier leden van het twintigkoppige La Camerata, een strijkersorkest uit Lyon onder leiding van violist Gaël Rassaert) en jazz elkaar moeiteloos vinden. De muzikale ruggengraat van het project wordt gevormd door het repertoire van de Algerijnse chaabi-zanger Sid Ahmed Belksier die op zijn beurt inspiratie putte bij vermaarde chaabi-artiesten als El Hadj M'hamed El Anka (Mazel Khatmi), Hassen Said en Amar Ezzahi.

Lees verder

Cheikh Lô - Né La Thiass

Cheikh LôMet deze Né La Thiass ("weg in een flits") zorgt World Circuit Records voor de heruitgave van het uit 1995 daterende door Youssou N'Dour geproduceerde internationale langspelerdebuut van Cheikh Lô. Het album verscheen in 1996 al een eerste keer in op het label, maar voor deze heruitgave werden de originele mixen, die tot nu toe enkel op in Senegal verkochte cassettes te vinden waren, minutieus geremasterd en ook de originele hoesafbeelding gebruikt. Né La Thiass zorgde voor de doorbraak van Lô, die met zijn mix van mbalax-ritmes als dagan en thieboudienne met Latin-invloeden voor een frisse wind zorgde in het Senegalese muzieklandschap. Lô werd geboren in Bobo-Dioulasso, een stad in het westen van Burkina Faso, leerde zichzelf drums en gitaar spelen en trok in 1978 naar de Senegalese hoofdstad in de hoop daar een muzikale carrière te kunnen opbouwen. Hij speelt er een tijdje samen met Ousmane 'Ouza' Diallo, entertaint toeristen in het Savana Hotel en vergezelt in 1984 zelfs Papa Wemba naar Frankrijk, waar hij als sessiemuzikant voor de Congolese superster aan de slag gaat. Zijn ervaringen in Parijs, waar hij enkel de binnenkant van de studio en zijn bed te zien krijgt, verwerkt Cheikh Lô in Doxandeme, een nummer uit 1990 over het leven van Afrikaanse migranten in Europa dat hem in thuisland Senegal meteen een award voor meest veelbelovend nieuw muziektalent oplevert. Lô besluit gebruik te maken van het momentum en neemt een eerste cassette-album Dieuf Dieuf op. Tevergeefs, zo blijkt, want de cassette komt nooit op de markt. Maar na een hiatus van vier jaar is er dan eindelijk deze Né La Thias.

Lees verder

Dobet Gnahore - Miziki

Dobet GnahoreMaar liefst vier jaar werkte de Ivoriaanse Dobet Gnahore aan haar nieuwe album Miziki ("muziek"). Het betekende meteen ook haar afscheid bij Contre Jour, het Belgische label dat tot nu toe haar thuishaven was. Dobet is gek van Afrikaanse artiesten als Yemi Alade, Miriam Makeba of Brenda Fassie, maar kan net zoveel enthousiasme opbrengen voor de westerse sound van Björk of Christine and the Queens. Om die dualiteit weerspiegeld te zien op 'Miziki' werkte Gnahore voor dit album samen met de Franse producer Nicolas Repac, die in het verleden ook al het repertoire van de Malinese Mamani Keita onder handen nam. Waren Dobet's vorige albums nog een vocaal lappendeken van talen als Maninka, Dida, Haïtiaans Creools, Lingala en Bete, dan focuste ze zich voor Miziki vooral op haar moedertaal het Bete, hier en daar aangevuld met een flard Frans en Engels (Éducation).

Lees verder

Catrin Finch & Seckou Keita - Soar

Catrin Finch & Seckou KeitaVijf jaar naar hun eerste samenwerking voor Clychau Dibon, doken de Welshe harpiste Catrin Finch en de Senegalese koraspeler Seckou Keita opnieuw de studio in voor Soar. De titel van dit nieuwe album laat zich vertalen als "zweven" en verwijst naar de majestueuze visarend die na eeuwen afwezigheid recent opnieuw gespot werd in Wales, waar ze jaarlijks komen broeden na een tocht van duizenden kilometers die begint in West-Afrika. Ook opener Clarach verwijst naar de vogelsoort, want is de naam van de eerste visarend die opnieuw haar eieren kwam leggen in het Cors Dyfi Nature Reserve bij Machynlleth in Wales. "I like the bird's freedom to migrate to different places," zegt Seckou: "…they soar their way, and nothing stops them, but they know where they're heading, where they'll find peace and be happy. I've been on the same journey, but in a different way.".

Lees verder

Maruja Limon - Mas De Ti

Maruja LimonWij zijn verre van flamenco-experten en het Spaanse muziek- en dansgenre trekt meestal ook een heel eigen publiek aan, maar voor deze Mas De Ti, het debuutalbum van het vijfkoppige vrouwenensemble Maruja Limon (de term maruja laat zich vertalen als "roddeltante") wilden we graag een uitzondering maken. De dames mengen buleria, de meest feestelijke van alle flamencostijlen, met singer-songwriter pop en invloeden uit Latijns-Amerikaanse genres als bossa nova (Soledad), rumba en son (in 'La Piel' meenden wij echo's te herkennen van Buena Vista Social Club's Chan Chan). In de nummers op Mas De Ti bezingen ze trieste en vrolijke anekdotes uit hun eigen levens, hun twijfels en zekerheden (uitzondering in de tracklist is Adoro een cover van één van de grootste hits van de Mexicaanse componist, pianist, zanger en levende Latijns-Amerikaanse muzieklegende Armando Manzanero Canché, waarin Maruja Limon buleria laat botsen met de klassieke klanken van de cello van Ester Puig). Extra bonus is het mooie samenspel van de stemmen van zangeressen Esther Gonzalez en Sheila Mesas. Voor het ontwerp van Mas De Ti werkte Maruja Limon samen met fotografe Blanca Pia, die bij elk nummer een passende foto verzon (terug te vinden als postkaartjes met op de achterzijde een deel van de tekst van het betreffende nummer). Perfecte soundtrack voor wie deze zomer naar het Iberisch Schiereiland trekt!

Lees verder

Lio - Lio Canta Caymmi

LioNooit gedacht dat we de Belgische-Portugese Lio nog eens op deze pagina's zouden tegenkomen. Lio, geboren als Vanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconselos, werd in 1979, toen amper zestien jaar oud, een instant-popster in België en Frankrijk toen haar debuutsingle Le Banana Split het tot in de hoogste regionen van de hitlijsten schopte. Voor deze Lio Canta Caymmi liet de Brusselse singer-songwriter Jacques Duvall, al jarenlang Lio's rechterhand, de zangeres kennismaken met het romantische repertoire van Dorival Caymmi, een wat vergeten Braziliaanse singer-songwriter uit Bahia die zijn hoogdagen beleefde in de jaren dertig van de vorige eeuw en door grote Braziliaanse sterren als Joao Gilberto, Gilberto Gil en Caetano Veloso op handen gedragen werd. Lio mag dan van Portugese komaf zijn, toch is dit het eerste album waarop de zangeres in haar moedertaal te horen is. Om het geheel toch enigszins verteerbaar te houden voor Lio's voornamelijk Franstalige fans, voegde Jacques Duvall een vers in het Frans toe aan elk nummer. Omdat ze allebei fans van zijn werk waren, deden Lio en Jacques voor de hoesillustratie van het album een beroep op de Franse striptekenaar Loustal. Klasse-album dat de carriere van Lio wel eens een heel nieuwe wending zou kunnen geven.

Lees verder

Patrick Ruffino - Agoo

Patrick RuffinoAls telg uit een multiculturele familie - Beninse vader, Burkinese moeder en Ghanese grootmoeder - mixt de Beninse zanger en bassist Patrick Ruffino (eveneens artistiek leider van het Les Amazones d'Afrique project) de muzikale tradities en talen (Dendi, Fon, Mina, Goun en Frans) uit zijn thuisland, met invloeden uit jazz, soul, Afro-Cubaanse ritmes en vooral een stevige dosis funk. Het resultaat is Agoo ("Laat mij door a.u.b.!"), een schijfje vol vintage klinkende funkrock en Afro-groove, waarmee hij tegelijk een ode aan de vodoun-tradities uit zijn thuisland Benin brengt. Speciale gast is vocalist/percussionist Sagbohan Danialou, een Beninse veteraan die er bekendstaat als één van de belangrijkste lokale muzikanten en Patrick's mentor en muzikale bron van inspiratie is. Soms doen de nummers op 'Agoo' denken aan de vodoun-funk van Le Tout-Puissant Orchestre Poly-Rythmo (Adjo Da To, een nummer in het Mina en Frans dat zich laat vertalen als "leugenaar", en het extreem dansbare Mi Djou Ba, Fon voor "respect" waarin de tambin of Fula fluit van Dramane Dembele een belangrijke rol kreeg toebedeeld, of nog afsluiter Se Ma Lon, alweer Fon voor "onze ster waakt over ons"), elders weer even aan Orchestra Baobab (Adjobe), op andere momenten dan weer aan Congolese rumba (Lonlon, Mina voor "de liefde") en in Fou De Toi zijn dan weer duidelijke rockinvloeden te horen. Uiterst geslaagde Afro-groove album dat zeker een plaatsje zal veroveren in ons eindejaarslijstje!

Lees verder

Kiala & The Afroblaster - Money

Kiala & The AfroblasterHet levensverhaal van Kiala Nzavotunga leest als een avonturenroman. De man groeide op in het Kinshasa van Mobutu. Hoewel zijn vader accordeonist was, voelde Kiala meer voor de likembe en de gitaar. Na een periode bij lokale coverbands, kwam hij terecht in de backing band van Joseph 'Le Grand Kallé' Kabasele, algemeen beschouwd als de vader van de moderne Congolese muziek. Maar het repressieve bewind van Mobutu legt muzikanten steeds meer limieten op en dus besluit Kiala begin jaren zeventig van de vorige eeuw zijn thuisland te verlaten. Na wat omzwervingen in Afrika, komt hij uiteindelijk platzak in Nigeria terecht. Vastbesloten om zijn idool Fela Kuti te ontmoeten, verkoopt Kiala zelfs zijn schoenen om Lagos te bereiken. Hij slaagt in zijn missie en weet Fela zelfs 50 niara te ontfutselen, een klein fortuin in die tijd. Kiala zal de volgende jaren doorbrengen bij Nigeriaanse Afro-rock bands als Eyes Of Man, Aktion Funk Ensemble, Black Children en The Stompers, om uiteindelijk Fela's Egypt 80 te vervoegen in 1981.

Lees verder

Choco Y Sus Complices - Buscando La Calma

Choco Y Sus ComplicesHet Groothertogdom Luxemburg zal vast enkele associaties oproepen (bankieren, goedkoop tanken…), maar de timba, het Cubaanse antwoord op de Nuyorican salsa, zal daar waarschijnlijk niet bij zijn. Toch is het de thuishaven van vermaard congaspeler Eric 'Choco' Durrer, die met Choco Y Sus Complices aan een nieuw hoofdstuk in zijn muzikale carrière begint. De bijnaam Choco houdt Durrer trouwens nog over van zijn vorige project: Eric Y Su Chocolate. Voor dit project stelde Eric een achttienkoppige band samen en baseerde zich daarbij op de line-up van traditionele charanga-orkesten - viool, cello en fluit - aangevuld met een aantal uitstekende vocalisten (Alberto Caicedo, Tomas Sotolongo Fuentes, Yumarya Grijt, Daniel Lopez Montejo, Lodewijk van Gorp en Durrer zelf), een vier man sterke blazerssectie, een hoop percussionisten en een drummer. In de tracklist10 eigen composities en een opvallende en geslaagde timba-herwerking van George Michael's Freedom! '90. Eric beschouwt zijn twee dochtertjes als zijn muzikale muzen en Nahima en Maya kregen dan ook een prominente plek op de hoes van Buscando La Calma, uitgedost als engeltje en duiveltje. En schud die beentjes nu maar eens goed los. Uitstekende Europese Latin-release!

www.xmd.nl

Cafe con Leche - L'avenir Est À Nous

Cafe con LecheTot onze eigen verbazing hebben was de muzikale output van het Gentse mestizo-collectief Cafe con Leche ons eigenlijk wat ontgaan. Nochtans is dit elfkoppige gezelschap al sinds 2005 actief, en met deze L'avenir Est À Nous is de band dan ook al aan zijn derde langspeler toe. Cafe con Leche slaagt er wonderwel in om serieuze onderwerpen te overgieten met een feestelijk dansbare mix van reggae, cumbia, swing en Balkan-invloeden, waarbij vocalisten Gudrun Roos, Nephtali en Mr. Mariachi resoluut voor het Frans als voertaal kiezen (uitzonderingen in de tracklist zijn Danse, en afsluiter Treize Ans, een nummer waarvoor de band zijn inspiratie putte uit de verhalen van legendarische minderjarige muziekgroupies als Josette Caruso, Lori Maddox en Sable Starr, waarin je Nephtali even in het Aalters kunt horen rappen, een erfenis van zijn tijd bij de Aalterse hip-hopband De Predikanten). Als lichtend voorbeeld noemt Cafe con Leche onder andere Les Négresses Vertes en op L'avenir Est À Nous wordt dat nergens meer duidelijk dan in Richard, over de kruisende paden van een clochard en een zakenman, met als onderliggende boodschap: "Geld maakt niet gelukkig!", en La Vallée. Titelnummer L'avenir Est À Moi is een duidelijk aanklacht tegen de kerktorenmentaliteit van veel Vlamingen en de onderhuidse xenofobie die daar vaak mee gepaard gaat: "Refugiés, je m'excuse, l'étranger me fait peur. La vie sous la tour de l'église j'aime trop car l'étranger me fait peur.". Jamais Content ligt in dezelfde lijn en klaagt het typisch westerse individualisme aan, en Révolution is dan weer een schreeuw om vrijheid en gelijkheid. Maar dat het ook lichtzinniger kan bewijst Cafe con Leche met nummers als Dans La Ville, een ode aan het bruisende leven in de stad, Danse of Près De Toi. Zomers dansbare mestizo met een boodschap!

Lees verder

Loxandra Ensemble - In Transition

Loxandra EnsembleAcht jaar na hun laatste release, het uit 2011 daterende Meyhane - Kafe Aman, is het Griekse Loxandra Ensemble terug met deze In Transition. De naam van de band is een verwijzing naar het hoofdpersonage uit de gelijknamige roman van Maaria Iordanidou uit 1962. Net zoals Loxandra in het boek geroemd wordt om haar kookkunsten, verzamelen de leden van Loxandra Ensemble een verscheidenheid aan "muzikale ingrediënten" om ze om te vormen tot unieke "gerechten". De titel van dit nieuwe album vat dan weer de recente veranderingen samen die de band onderging, en dat zowel stilistisch als wat de line-up van het ensemble betreft. De mengeling van traditionele Griekse folklore, moderne Griekse muziek en de tradities van de Turkse Grieken in Smyrna/Izmir en Istanboel wordt op In Transition ook nog aangevuld met invloeden uit swing (Karagouna), jazz, Latin ('Balkan Salsa') en zelfs reggae. En in de line-up zijn de enige overgebleven oorspronkelijke leden Loukas Metaxas - bas/vocals en Kyriakos Tapakis - oed. In Transition opent met een update van Ti Se Mellei Esenane, een traditional uit Klein-Azië die er in de jaren twintig van de vorige eeuw vaak werd gezongen in de zogenaamde kafe amans (café chantants in het Ottomaanse rijk waar mensen van alle etnische en geloofsachtergronden samenkwamen om zich te amuseren) door artiesten als Kostas Karipis, Giorgos Vidalis, Madam Pipina en Marika Papagika. Kai Ti Den Kano is dan weer een bekende Griekse popsong van Stratos Dionysiou uit de jaren zestig van de vorige eeuw, door Loxandra Ensemble in de Turkse arabesk stijl gespeeld. Çoban Saz Semaisi is dan weer gebaseerd op de samâi, een instrumentale vorm van Ottomaanse klassieke muziek. In Mikropolis, een muzikale reflectie van de microkosmos waarin de muzikanten van Loxandra Ensemble werken, botsen de tradities uit het Midden-Oosten dan weer met Westerse metal. Onze persoonlijke favoriet uit de tracklist is echter Giati Thes Na Fygeis, voor het eerst vereeuwigd door Giota Lydia in 1961 en uitgegroeid tot een populair nummer op Griekse trouwfeesten, dat door Loxandra Ensemble voor de gelegenheid een reggaejasje wordt aangemeten. Uitstekende Griekse wereldmuziek in de letterlijke zin van het woord!

Lees verder