door
tim | 31 december 2018 |
Plaatjes |
Net zoals op hun voorgaande releases,
Aswan (Egypte) en
Jinja (Oeganda), staat ook op dit nieuwe album van het internationale gezelschap
The Nile Project weer een iconische plek langsheen de langste Afrikaanse rivier centraal. Deze keer is dat
het Tanameer in Ethiopië, het hoogstgelegen meer van Afrika en de bron van de
Blauwe Nijl. Anders dan bij de vorige albums bleek het logistisch onhaalbaar om daar ook effectief te gaan opnemen en voor
Tana trok The Nile Project dan ook naar de
Manifold Recording Studio in
Pittsboro, North Carolina in de Verenigde Staten. We kunnen ons vergissen, maar toch meenden wij niettemin dat er op
Tana meer Ethiopische invloeden terug te vinden zijn dan op
Aswan en
Jinja. Zangeres
Salemnesh Zemene is te horen in niet minder dan vier van de tien tracks op
Tana en natuurlijk liggen ook de Eritrese invloeden van krar-speler en vocalist
Ibrahim Fanous in dezelfde lijn (opener
Fulani). De verbindende factor die de Nijl vormt tussen de verschillende muzikanten die deel uitmaken van het project, komt ook terug in de teksten van de nummers op
Tana, zoals opener
Fulani, waarin de rivier wordt voorgesteld als een symbool van liefde, vrede en hoop,
Ibn Masr waarin
Saleeb Fawzy doodeerlijk verklaart dat voor een Egyptenaar de Nijl de wereld is, of nog
Ma Badoor, waarin de Soedanese
Asia Madani zich verzet tegen het groeiende tribalisme in haar land en verklaart dat de Nijl de vader van alle Soedanezen is en
Dingy Dingy, waarin de band zelfs nog een stapje verder gaat door te verklaren dat er tussen Egyptenaren en Soedanezen eigenlijk geen verschillen bestaan omdat beide volkeren volledig afhankelijk zijn van de Nijl. Net zoals de Nijl zelf al eeuwen een bron van fascinatie is, blijven ook de albums van The Nile Project bekoren.
www.nileproject.org |
www.zambaleta.org |
www.xmd.nl
door
tim | 31 december 2018 |
Plaatjes |
Sommige bands en artiesten zijn in het huidige politieke en sociale klimaat haast een anachronisme geworden en dat zowel muzikaal als inhoudelijk. Neem nu het Brusselse Jaune Toujours, dat al ruim twintig jaar een eigenzinnige koers blijft varen en met
Europeana na meer dan vijf jaar nog eens een nieuwe langspeler presenteert (collectors box
20sth uit 2017 even buiten beschouwing gelaten).
Lees verder
door
tim | 30 december 2018 |
Plaatjes |
Canicola (Italiaans voor 'hittegolf') is de derde langspeler van
Electric Circus, een band uit het Italiaanse
Trentino die in 2013 begon als trio, maar ondertussen uitgroeide tot een kwintet. Hun instrumentale repertoire is een aanstekelijke mix van jazz (
J'n'I, afsluiter
Wendy's Tune), funk, blues (
Troll Track), en invloeden uit genres als afrobeat (
Out Of Africa, en vooral
Mr. P.U.), Ethio-jazz (
ABBA,
Kandinskij) en reggae/dub (
Malibu). Licht psychedelische instrumentale jazzy wereldmuziek om je bij op te warmen op kille winterochtenden.
Lees verder
door
tim | 30 december 2018 |
Plaatjes |
Qua originaliteit kan bandnaam
ERROR 404 Band Not Found alvast tellen. De tienkoppige Zwitserse brassband uit
Basel verwijst ermee naar de fameuze
ERROR 404 die je te zien krijgt als een ingegeven URL geen resultaat oplevert. Op
Fish Dich, het debuut van de band die in 2012 werd opgericht door
sousafoonspeler Victor Hege, waren al een aantal nummers terug te vinden waarin de Dominicaanse rapster Jennifer Perez aka.
La Nefera ("Nefer" is een oud Egyptisch woord dat "innerlijke en uiterlijke schoonheid" betekent, en werd vaak gebruikt in namen voor vrouwen. De naam "Nefera" is waarschijnlijk een verwijzing naar Nefertiti, de beroemdste Egyptische koningin na Cleopatra.) te horen was, en die lijn trekt de band op opvolger
Schmetterling, Duits voor "vlinder" en een verwijzing naar de metamorfose die ERROR 404 Band Not Found de afgelopen jaren onderging. Op
Schmetterling een aanstekelijke mix van Amerikaanse brass band muziek, Balkan-fanfare (
Tennis Contest), hip-hop (
ADHS, de Duitse afkorting voor ADHD, waarin ook sousafoonspeler Victor Hege kort in het Frans te horen is) en funk (
No Parara), die ons het ene moment wat aan het Amerikaanse
Hypnotic Brass Ensemble deed denken (
Tennis Contest, dat ergens halverwege wel overvloeit in Balkan-hoempa, 'Popstar' en vooral afsluiter 'Aaah') en elders weer eerder aan het Colombiaanse
Choq Quib Town (
Gualalepo,
Alerta en titelnummer
Schmetterling). Zeer aanstekelijke Duitse feestfanfare met een exotisch Latin-kantje!
Lees verder
door
tim | 29 december 2018 |
Plaatjes |
Nadat
Radio Martiko eerder al naar het Cairo van de jaren zestig van de vorige eeuw afzakte, moeten we voor
Dansons… avec le Ry-Co Jazz naar het
Congo-Brazzaville van net na de onafhankelijkheid. Al in de jaren dertig en veertig werd de Cubaanse son enorm populair in
Belgisch-Congo en het aangrenzende
Frans-Equatoriaal-Afrika dankzij radiostations als
Radio Congo Belge, Radio Brazzaville, Radio Leo en Congolia. Aan beide oevers van de Congostroom pikten lokale muzikanten de ritmes op, gaven er een eigen draai aan en creëerden zo wat we vandaag kennen als Congolese rumba. Van bands als OK Jazz, Les Bantous de la Capitale, Rock-a-Mambo en African Jazz verschenen talloze singles op labels als Olympia,
Ngoma, Opika, en
Loningisa, en ook Ry-Co Jazz (Ry-Co staat voor "rythmes congolais") hoorde tot het beste wat Congo in die periode op muzikaal vlak te bieden had.
Lees verder
door
tim | 29 december 2018 |
Plaatjes |
Rumba Bastarda is de derde langspeler van
La Banda del Panda, een zeskoppige mestizo-band uit Barcelona. De titel van dit album, waarvoor ze onder andere samenwerkten met
Che Sudaka,
Oriol Barri,
Trast en
Las Migas, vat de sound van de band perfect samen, want zoals ze zelf aangeven: "Onze muziek ontstond in de volkswijken uit een mix van Catalaanse rumba met populaire straatritmes als cumbia, hip-hop en zelfs wat reggaeton.".
Rumba Bastarda opent met
Alma Cumbia, een feestelijke cumbia waarvoor ze versterking kregen van de veteranen van Che Sudaka. Titelnummer 'Rumba Bastarda' begint als een moderne update van de Catalaanse rumba en vloeit dan over in reggae. Iets klassieker klinkt
Manifest, een samenwerking met Oriol Barri, maar voor
Que Es Lo Que Quieres kruiden de Barcelonezen hun rumba dan weer bij met invloeden uit de disco en funk, en voor de "cumbia rumbera" in
Primavera, een ode aan de lente nodigden ze dan weer zangeres Laura Pagès van Trast uit. In
El Barri Es Viu ("de buurt leeft") krijgt de viool van Roser Loscos, lid van vrouwenkwartet Las Migas, de hoofdrol, en
Que Sabras Tu De La Vida opent met dezelfde gitaarriff als wereldhit
Bamboleo van
Gipsy Kings. Stevig afsluiten doen de heren van La Banda del Panda met de punkrock van
Foc ("vuur"), een combinatie met
Xeic!-frontman Aitor Cugat waarin ook de
gralles (een typisch Catalaans aan de hobo verwant blaasinstrument) van Elena Barea en Cristina Curto te horen zijn. Uitstekend mestizo-album dat weer maar eens bewijst dat het genre nog lang niet dood en begraven is!
Lees verder
door
tim | 28 december 2018 |
Plaatjes |
Voor de opvolger van hun uit 2014 daterende debuut
Our Routes en remixversie
Their Routes (2017), koos
Gypsy Hill, het Israëlische duo
DJ Kobayashi en
Herbert Newbert, ervoor om voor elke track op
Producing een muzikale gast uit te nodigen. Dat gaat van de Israëlisch-Engelse multi-instrumentalist
Koby Israelite (opener
Special Brew die het feestje meteen op gang trekt en
Rural Ghost) over gnawa-muzikant
Simo Lagnawi (
Gzeyel Meyel) tot het Italiaanse electro swing-gezelschap
Swingrowers (
Sugar) en de Engelse klezmer- en zigeunerband
The Turbans (
Funtashlikh met de viool van Darius Luke Thompson in de hoofdrol). Het resultaat is een album met een sound die zowat de hele Middellandse Zee omspant en garant staat voor een stevig feestje ook al is er geen DJ voorhanden!
Lees verder
door
tim | 27 december 2018 |
Plaatjes |
Net zoals labels als
Analog Africa,
Strut Records en
Soundway Records, graaft ook het Gentse
Radio Martiko nu al een aantal jaren in het vinylverleden van het Midden-Oosten en Afrika. Onze eerste kennismaking met het label is deze
Zamaan Ya Sukkar: Exotic Love Songs And Instrumentals From The Egyptian 60's, een verzamelaar vol uit oude singles gedistilleerde exotica-klassiekers die in de jaren zestig van de vorige eeuw verschenen op het Egyptische
Sono Cairo label, in de jaren vijftig opgericht door
Mohamed Fawzy, maar tijdens
het Nasr-regime plots genationaliseerd. In de tracklist fascinerende Egyptische interpretaties van onder andere Salim El Baroudi, Sayed Salamah en Soad Mohamed die ondergetekende het ene moment herinnerden aan de "piano oriental" van
Maurice El Mediouni (
Musiqaa Nahr El Hob van Taha Al-Ugayl), het volgende dan weer eerder aan een nummer uit een vergeten Bollywood-soundtrack (
Musiqaa Dhahab Ellayl,
Nafourak Ya Ghazal) en elders dan weer aan een Egyptische versie van surfrock (opener
Fatouma).
Lees verder
door
tim | 26 december 2018 |
Plaatjes |
Het Britse
Batov Records label liet ons eerder al kennismaken met het erg gesmaakte
Sandman Project en stelt nu ook dit titelloze debuut van
Shiran voor. Shiran Avraham komt uit een Iraaks-Jemenitische familie en verkent op haar debuut vooral haar Jemenitische erfenis. Ons deed dit album wat denken aan een moderne update van het oeuvre van de Israëlisch-Jemenitische popprinses
Ofra Haza, maar zelf ziet Shiran zichzelf eerder als de erfgename van de Israëlisch-Jemenitische diva
Ahuva Ozeri, met wie ze nog een tijd lang het podium deelde voor de zangeres in 2016 de strijd tegen kanker verloor. Voor
Shiran werkte Shiran samen met beatmaker en producer
Ron Bakal, en dat leverde uiteindelijk 6 tracks op waarin Jemenitische traditie mixt met invloeden uit dance en r&b/soul (de mooie ballad
Yatim) en reggae (
Zehere). Omdat Shiran in Jeminitisch zingt en in haar nummers politieke thema's schuwt, weet ze zowel een Joods als Arabisch publiek aan te spreken. Kers op de taart zijn twee remixen, enerzijds door
DJ Kobayashi, de ene helft van het Israëlische duo
Gypsy Hill, en anderzijds door de Israëlische DJ en producer
Obas Nenor. Meer dan geslaagde moderne interpretatie van de Jemenitische muziektraditie.
Lees verder
door
tim | 25 december 2018 |
Plaatjes |
Na
Yechelal uit 2012 en
Awo uit 2016, kreeg het derde album van het Franse Ethio-crunch ensemble uKanDanZ de toepasselijke titel
Yeketelale, Amhaars voor "het gaat verder". De line-up van het Franse kwartet aangevuld met de Ethiopische vocalist Asnake Guebreyes is ondertussen wat gewijzigd want bassist Benoit Lecomte en drummer Guilhem Meier haakten af en werden respectievelijk vervangen door Adrien Spirli en Yann Lemeunier, en ook de Ethiopische rock die uKanDanz op hun vorige albums serveerde, lijkt wat meer toegankelijker geworden, maar daarom niet minder stevig. Adrien Spirli speelt synth bas en dat geluid domineert samen met de sax van Lionel Martin en het stemgeluid van Guebreyes de sound op
Yeketelale. Opener
Gesse zet meteen de toon en is een nummer waar je heerlijk de
eskista of Ethiopische schouderdans op kunt dansen. Stukken intiemer is
Enken Yelelebesh een heerlijk nostalgische
tizita over een eighties-achtige synthesizermelodie waarin Asnake lijkt te mijmeren over zijn thuisland Ethiopië. Het stomende orgelpunt van het album is het meer dan negen minuten durende
Fetsum Deng Ledj Nesh/Asnake's Bet waarin saxofonist Lionel Martin zich helemaal mag uitleven. Dijk van een plaat die liefhebbers van Ethiopische muziek zeker niet aan zich voorbij mogen laten gaan!
www.budamusique.com |
www.xmd.nl
door
tim | 25 december 2018 |
Plaatjes |
Voor de opvolger van
Juguya, zijn langspelerdebuut vol stomende afrobeat en Afro-funk, koos de Burkinese
Baba Commandant (Mamadou Sanou) voor een meer traditionele aanpak waarbij de Mandingo-gitaar een centrale rol kreeg toebedeeld. Maar geen nood, op
Siri Ba Kele ("de lange/grote weg") nog steeds 6 stevig dansbare tracks ergens tussen Afro-funk en Mali-blues, waaronder
Keleya, een cover van Moussa Doumbia (een Malinese saxofonist, componist en arrangeur die in de jaren zeventig van de vorige eeuw succes oogstte in Ivoorkust met zijn mix van West-Afrikaanse muziek en Amerikaanse funk); nummers waarin vooral de donso ngoni van Baba Commandant, de gitaar van Issouf Diabate en de balafon van Sami Kimpe de boventoon voeren en de luisteraar langzaam maar zeker in trance brengen en met het bijna tien minuten durende
Siguisso ("thuisblijven") als absoluut hoogtepunt. Baba Commandant & The Mandingo Band zorgen met
Siri Ba Kele wederom voor een stomend West-Afrikaans feestje!
www.sublimefrequencies.com |
www.xmd.nl
door
tim | 24 december 2018 |
Plaatjes |
Julio Montoro is een Cubaans multi-instrumentalist die in het verleden onder andere met Orchesta Reve en
La Charanga Habanera toerde en een tijdlang samenwerkte met
Afro-Cuban All Stars stem
Felix Baloy. In 2014 presenteerde Julio al zijn solodebuut
Alma Latina en die albumtitel blijkt op opvolger
Black Roots zowel geëvolueerd tot de naam van Montoro's begeleidingsband als van zijn eigen studio in Havana. De voornaamste stem op dit album, waarvoor Julio ging graven het zwarte muzikale verleden, is die van zangeres
Dayana Rosa Botello, die haar tijd verdeelt tussen het nachtleven in Varadero en haar samenwerking met Montoro. Op
Black Roots alles van de jazzy Afrikaans getinte ritmes in opener
Sambembere, over eerder Cubaans aandoende naar son neigende tracks als
Romance of
Mulata Rumbera, tot zelfs ska (het aanstekelijke
Guitarra Bohemia) en reggae (afsluiter
Somos Hermanos die ons aan Amparanoia deed denken) en funk (
Funky Loco/Funky Crazy). Jammer genoeg klonk
Black Roots ons hier en daar net iets te commercieel in de oren (het Disney-achtige titelnummer
Black Roots (Raices Negras) dat zo uit de soundtrack van
The Lion King had kunnen komen, het naar een jazzy versie van Santana overhellende
Mozambique…) om echt te overtuigen.
www.tumimusic.com |
www.xmd.nl
door
tim | 23 december 2018 |
Plaatjes |
Componist, arrangeur, producer en toetseniste
Eumir Deodato wordt algemeen beschouwd als één van Brazilië's meest productieve muzikanten. Deodato is te horen op meer dan 500 albums waaronder releases van onder andere Aretha Franklin, Earth Wind & Fire, Frank Sinatra, Kool & The Gang, George Benson, Tom Jobim en Björk, maar voor hij eind jaren zestig naar New York verhuisde had hij in eigen land al een hele muzikale reputatie opgebouwd en samengewerkt met onder andere Roberto Menescal, João Donato en Marcos Valle. Daarnaast naam hij een aantal albums op met zijn eigen minder bekende samba jazz en bossanova ensemble Os Catedráticos. Uit die periode is het vooral deze
Ataque die de magische groove van het Rio van de jaren zestig van de vorige eeuw perfect weet te vatten. In de tracklist naast eigen composities ook covers van bekende nummers als
Os Grilos (
Marcos Valle) en
Tristeza (origineel van Haroldo Lobo & Niltinho, maar bekender in de versies van Sergio Mendes en Astrud Gilberto), allemaal gearrangeerd voor een uitgebreide blazerssectie waarvan onder andere trombonist Edson Maciel deel uitmaakte en met
Wilson Das Neves op drums en
Ruebens Bassini op percussie.
Ataque wordt ondertussen beschouwd als een absoluut meesterwerk uit de Braziliaanse swing. De originele LP's zijn gewilde verzamelobjecten geworden bij vinylverzamelaars en een degelijke heruitgave drong zich dan ook op. Braziliaans pareltje!
www.faroutrecordings.com |
www.eumirdeodato.com.br
door
tim | 23 december 2018 |
Plaatjes |
Las Palé is de eerste internationale en volledig geremasterde heruitgave van het debuutalbum van Feeling Kréyol, een Guadeloupse meidengroep uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Producer
Darius Denon, zelf bekend van de zouk-hit
Je t'emmène licht toe: "This was 1988 and bands like
Zouk Machine and Kassav' were huge. I had met producer Frankie Brumier when I was performing at festivals and parties and he wanted to record a girl group so we began scouting venues, mainly around the Grande-Terre district in the island's capital, Pointe-à-Pitre. I ran auditions and picked out the best three voices: Fabienne, Leïla and Yolande. One was singing in a choir and none of them had met each other previously.". Op
Las Palé licht verteerbare zouk met een discotintje die onmiddellijk herinneringen oproept aan het al vermelde Zouk Machine, een gelijkaardige meidengroep rond
Joëlle Ursull die met
Maldòn een dikke nummer één hit scoorden in Frankrijk die ook in de rest van Europa werd opgepikt. Voor Feeling Kréyol liep het allemaal zo'n vaart niet… Titelnummer en eerste single
Las Palé was nog een lokaal succes in de Franse Antillen, maar het album was een flop. Nu, vele jaren later, is het echter een gewild collectors item geworden en drong een degelijke heruitgave zich dus op. Heropgevist zouk-pareltje dat destijds niet de aandacht kreeg dat het verdiende!
www.strut-records.com
door
tim | 23 december 2018 |
Plaatjes |
Het Duitse kwintet
Onom Agemo And The Disco Jumpers blijft evolueren, steeds verder weg van de instrumentale band die ze op
Cranes And Carpets, hun langspelerdebuut uit 2015 nog waren.
Magic Polaroid werd in amper drie dagen opgenomen in de
Butterama Studio van Daniel Nentwig en Sebastian Maschat in Berlijn. De hoesfoto van het album, artwork van Nicholas Henderson reflecteert natuurlijk naar albumtitel
Magic Polaroid, maar is ook een knipoog naar de caleidoscoop van genres die de band tot één bezwerend geheel weet te weven. In opener
Trumpets Of Denmark klinken de vocals van
Natalie Greffel bij wijlen als een schreeuwerig politiek manifest. Voor het psychedelische
Bonne Trance liet de band zich dan weer duidelijk inspireren door de Maghrebijnse gnawa-traditie, krakebs incluis (met dank aan gast-percussioniste Maria Schneider), terwijl in
Welcome Eko dan weer duidelijke echo's uit de Indonesische gamelan-traditie te horen zijn.
Broken Silences opent heel fragiel maar evolueert dan naar een soort Braziliaanse Afro-jazz waarin vooral toetsenist Jörg Hochapfel en saxofonist Johannes Schleiermacher zich volledig kunnen uitleven. De sound van Onom Agemo And The Disco Jumpers klinkt op 'Magic Polaroid' zeker nog meer geflipt dan op zijn voorgangers al het geval was, maar blijft fascineren.
www.discojumpers.de |
www.agogo-records.com
door
tim | 23 december 2018 |
Plaatjes |
De sound van het Engelse
Me And My Friends riep bij ondergetekende herinneringen op aan het eveneens Britse Oi Va Voi, en ook Paul Simon ten tijde van
Graceland is nooit ver weg. Waar Oi Va Voi poëtische pop koppelt aan de klezmer-klarinet van Steve Levi, gaat Me And My Friends het eerder zoeken in afrobeat (
Look Up), Ethio-jazz (afsluiter
Sometime) en highlife (
You Read My Mind), en koppelen ze die invloeden met pop en nu-folk (
All Of This I Know), waarbij ook hier de klarinet (Sam Murray) aangevuld met de cello van Emma Coleman een prominente rol kreeg toebedeeld. Inhoudelijk hebben de leden van Me And My Friends het in hun nummers over vrij universele thema's als vriendschap (
Another Lifetime), toewijding (
Promise Me This Much) en nostalgie (
High As The Sun), maar voor het reggaegetinte
Good Life liet vocalist/gitarist Nick Rasle zich inspireren door de dingen die hij hoorde en zag toe hij een tijd lang als vrijwilliger werkte op het eiland Lesbos toen de vluchtelingencrisis op zijn hoogtepunt was, en het nummer is dan ook een oproep tot empathie en begrip in een steeds intolerantere samenleving. Tussen poëtische pop, jazz en wereldmuziek, maar breekbaar mooi.
Lees verder
door
tim | 22 december 2018 |
Plaatjes |
Op
Cigaros Explosivos, het langspelerdebuut van
Jaro Milko & The Cubalkanics uit 2014, bracht de Zwitserse band een verfrissende mix van Balkan-invloeden met Cubaanse ritmes. Telkens hij niet aan het toeren was, reisde Jaro Milko de afgelopen jaren naar landen als Griekenland, Turkije en Israël, en ook die muzikale invloeden zijn op
Zivot in de muzikale mix opgenomen. Albumtitel
Zivot is Tsjechisch voor "het leven", want, zo stelt Milko zelf: "Life is all about change. This album reflects the changes the Cubalkanics have undergone since the last album, as well as the crazy things that are currently happening around the globe.". Milko werkte voor 'Zivot' samen met producer Tod A (
Firewater,
Cop Shoot Cop), en ook in de line-up van de band werden een aantal veranderingen doorgevoerd. Jaro kreeg vocale versterking van zijn echtgenote
Jana Kouril en de Israëlische zangeres
Kama Kamila, en bassist Lukas Briggen werd dan weer vervangen door
Figli Di Madre Ignota-bassist William Nicastro, zodat hij zich volledig aan de trombone kon wijden. Om de blazerssectie compleet te maken werden ook Figli Di Madre Ignota-trompettist Stefano Iascone en Firewater-trombonist Nimrod Talman aan boord gehaald, en Roma-percussionist
Onur Nar, een Turkse kennis van Tod A, moest dan weer voor wat oriëntaalse grooves zorgen.
Lees verder
door
tim | 19 december 2018 |
Plaatjes |
Bijna tien jaar zijn er voorbijgegaan sinds de release van
Oi Va Voi's uitstekende
Travelling The Face Of The Globe album, en wij hadden het Londense project rond drummer Josh Breslaw en klarinettist/vocalist Steve Levi eigenlijk al opgegeven. Maar met een grotendeels nieuwe bezetting (violiste Anna Phoebe en vocaliste Zohara) herrijst de band nu uit zijn assen met deze
Memory Drop. De sound van dit vernieuwde Oi Va Voi klinkt misschien iets genuanceerder dan in het verleden het geval was, maar in essentie is het recept - pop met invloeden uit klezmer, die wij in onze recensie van
Travelling The Face Of The Globe noch ergens situeerden tussen Morcheeba en The Klezmatics - hetzelfde gebleven. Onze favorieten uit de tracklist: opener
Arrival, classic Oi Va Voi,
Vanished World, waarin we horen waarom ook Josh van Oi Va Voi meteen overtuigd was van Zohara's kwaliteiten ("Whe we first heard her we sent her a track and she sent it straight back with a vocal that blew us away!"), en tenslotte
Big Brother, waarin de klarinet van Steve Levi nog eens de hoofdrol mag spelen. Oi Va Voi blijft bovenaards mooie muziek afleveren!
Lees verder
door
tim | 19 december 2018 |
Plaatjes |
Voor de opvolger van
hun in 2014 verschenen titelloze debuutalbum ging het Londense
Fofoulah, een project rond de Gambiaanse
sabar-drummer Kaw Secka en toetsenist/saxofonist Tom Challenger, toch enigszins een andere toer op. De vocale en muzikale gasten van op hun debuut zijn verdwenen, en in plaats van op de sabar werd meer gefocust op Secka's werk op de tama of talking drum, waarbij dan nog vooral de zogenaamde bakas, kleine persoonlijke verzen die de identiteit en het levensdoel van de drummer definiëren en ook gespeeld en gebruikt worden als breaks of signalen om de flow van de muziek te veranderen, naar het voorplan geschoven werden. Het resultaat is
Daega Rek (Wolof voor "de waarheid"), deels opgenomen in de Real World Studios in Bath, en deels in Challenger's homestudio in Brockley in het zuidoosten van Londen, een album dat een stuk experimenteler klinkt dan zijn voorganger; misschien hier en daar zelfs iets te experimenteel naar onze smaak, maar oordeelt u daar vooral zelf over. West-Afrikaanse sabar-percussie meets ambient dub-trip in space!
Lees verder
door
tim | 18 december 2018 |
Plaatjes |
Herinnert u zich het Hongaarse producer-duo
Savages Y Suefo (Nándor Kürtössy en Sándor Lakatos) nog? In 2012, toen de Balkan-hype nog volop woedde, zorgden ze met
World-Style voor een hoogst aanstekelijk cross-over album waarop ze genres als reggae, swing, elektro, en zigeunermuziek naadloos in elkaar lieten overvloeien. Deze opvolger klinkt toch enigszins anders. Het eclectische is gebleven, maar de Balkan-invloeden hebben plaatsgemaakt voor elektro-blues, doowop, dub-ska en downtempo-funk. Echt thuishoren op deze pagina's doet
Brotherhood dus niet meer, maar dat maakt dit schijfje niet minder aanstekelijk. Het album opent met titelnummer
Brotherhood waarvoor het duo samenwerkte met
Pannonia Allstars Ska Orchestra frontman Kristof Tóth aka. Lord Panamo aka. KRSA, en in de intro van dat nummer horen we: "There's only one way for revolution to succeed, and that is by creating brotherhood!". Geen idee wie achter deze quote zit, maar hij zet wel meteen de toon voor de rest van de grotendeels socio-politiek geïnspireerde teksten op dit album. Toch hadden wij het meer voor
Pass It On, KRSA's andere bijdrage op
Brotherhood, pure reggae en een duet met de eveneens Hongaarse Bogár, vriendin des huizes van Savages Y Suefo. Naast KRSA duiken ook nog landgenoten Fedora, een bekende vrouwelijke Hongaarse MC in de lokale bass music scene aldaar, Bryant Goodman, frontman van de downtempo-funkband
Mystical Plants, maar Savages Y Suefo gingen het ook buiten de Hongaarse grenzen zoeken. Vocalist/trombonist
Ashley Slater (
Freak Power), tekent voor maar liefst drie nummers in de tracklist waarvan
People Kill People, een geslaagde dub-ska cover van
Guns & People, een cultklassieker van de Franse filmcomponist
Eric Serra uit de soundtrack van
Subway (een film van de ondertussen verguisde
Luc Besson uit 1985) wellicht het opvallendste is. En dan zijn er nog de Britse zanger, MC en producer
M3NSA, en
Denise M'Baye, MC en zangeres bij het Duitse
Mo' Horizons die hier te horen is in
Wings, een duet met M3NSA en reggaenummer
All My Life Is In This Bag. Voor
All Is Blues, het slotakkoord van
Brotherhood, nodigden Savages Y Suefo geen vocale gast uit, maar net zoals in het titelnummer begint ook de track met een quote, deze keer van de Amerikaanse blues- en swing jazz-zanger
Jimmy Rushing: "Anytime a person can play the blues, he has a soul and he has a "lift" to play anything else he wants to play. It's sort of like the base.".
www.agogo-records.com |
www.xmd.nl
door
tim | 18 december 2018 |
Plaatjes |
Wij kenden de Franse klarinettist
Yom (Guillaume Humery) als de man achter het eerder melancholische album
Songs For The Old Man of als gastmuzikant op
Boukane van de folk-zigeuner-hip-hop cross-over band
Lolomis, maar in 2010 richtte hij met enkele gelijkgestemde zielen ook Yom And The Wonder Rabbis op, een project waarmee hij het klezmergenre naar de eenentwintigste eeuw tilde door toevoeging van elektrische bas, drums en elektronica. Dat klinkt op
You Will Never Die!, een langspeler waarop Yom en zijn kornuiten het leven en de dood in vraag stellen (meteen ook de reden waarom ze kozen voor één van de geësthetiseerde schedels van de Franse kunstenaar Jim F. Faure aka.
Jim Skull voor de hoesfoto van het album), de ene keer als
Giorgio Moroder die experimenteert met klezmer (opener
It's Not Too Late To Save The World,
Gaïa Big Love), klezmer-funk (
Love'n Die) of zelfs klezmer-rock (
Waiting For The Flood,
Swimming In The Styx,
Exoplanet 666), maar een enkele keer ook heel fragiel en etherisch (
Kiss Me Goodbye) en met als stomend orgelpunt titelnummer
You Will Never Die!. Gewaagde doch geslaagde avantgardistische benadering van een eeuwenoude muzikale traditie.
Lees verder
door
tim | 13 december 2018 |
Plaatjes |
Voor
Sandman Project verzamelde de Israëlische gitariste
Tal Sandman een aantal bevriende en gelijkgestemde muzikanten om zich heen. Zelf vat Sandman het project als volgt samen: "Listening to music from different cultures and styles gives birth to creation. It's like assembling a puzzle made of recycled, scattered pieces, and there are endless ways of connecting each piece to create a brand new, beautiful image.". Sandman's gitaartechniek is enerzijds beïnvloed door de tokkelende manier waarop instrumenten als de
oed of de
bouzouki bespeeld worden, maar het vibrato dat ze uit haar instrument weet te toveren leunt dan weer eerder aan bij oosterse instrumenten als de
sitar of
sarod. Wij hoorden op deze 5 tracks tellende
Royal Family EP vooral geslaagde door Ethio-jazz en Toeareg-ritmes geïnspireerde composities zoals de heerlijke opener
Hamsa (ook wel het handje van Fatima, een beschermende handvormige amulet, die populariteit geniet in het Midden-Oosten en Noord-Afrika maar ook steeds vaker in West-Europa aangetroffen wordt) of
Circles, waarin de verschillende instrumenten in de band (naast de gitaar van Tal Sandman ook nog het uitmuntende trompetgeluid van Tal Avraham, de bas van Shay Hazan en de drums van Haim Peskoff) steeds alle vrijheid krijgen. Meer dan geslaagd debuut van een band die u zeker in de gaten moet houden!
Lees verder
door
tim | 7 december 2018 |
Plaatjes |
Liraz Charhi, een telg uit een Perzische familie die naar Israël vluchtte toen eind jaren zeventig van de vorige eeuw de
Iraanse Revolutie uitbrak, is een bekend gezicht in eigen land en dat zowel in het theater, in de film (waaronder Doug Liman's
Fair Game uit 2010 en Yaron Zilberman's
A Late Quartet uit 2012) en als zangeres. Wat dat laatste betreft raakte Liraz tijdens een trip naar Los Angeles, een stad met een grote Perzische gemeenschap (bekend als
Tehrangeles), in de ban van de contrarevolutionaire klanken van Iraanse muzieklegendes als
Googoosh, Ramesh en
Dariush. Voor haar debuutalbum
Naz (Perzisch voor "schattig") sloeg ze de handen ineen met de Israëlische producer
Rejoicer die de traditionele Iraanse popnummers van Liraz - een mix van zelfgeschreven tracks en covers van voorgenoemde artiesten - aanvulde met elektronische beats. Onze favorieten: het swingende
Zendegi ("leven"), een cover van een oud nummer van de Iraanse zangeres
Pooran dat je zou kunnen samenvatten als "pluk de dag", het vrij traditioneel klinkende
Nozi Nozi, geschreven door de Iraanse veteraan Ali Nazari (en met bijhorende videoclip in vintage jaren zeventig stijl), waarin Liraz speelt met "noz", het Iraanse archetype van de eeuwig glimlachende vrouw die subtiel toch alles van haar echtgenoot weet los te krijgen, en tenslotte
Shirin Joon ("ze is zo lief"), een liefdesliedje en een cover van een origineel van de Iraanse singer-songwriter en gitarist
Kourosh Yaghmaei. Meer dan geslaagde update van de gouden era van de Iraanse popmuziek.
Lees verder
door
tim | 7 december 2018 |
Plaatjes |
Je zou het Nederlandse
Jungle By Night kunnen vergelijken met het Braziliaanse
Bixiga 70, want beide bands spelen een louter instrumentaal repertoire en net zoals de sound van de heren uit São Paulo de laatste jaren geëvolueerd is van vrij pure
afrobeat naar een gelaagde puzzel van verschillende muzikale invloeden, zijn ook de jongens uit Amsterdam niet blijven stilzitten en hebben ze hun aanvankelijke recept van Ethio-jazz en afrobeat ondertussen bijgekruid met invloeden uit krautrock, elektro en jazz. Die muzikale ontdekkingstocht gaven ze ook al aan op voorganger
The Traveller, waarin ook onder andere invloeden uit het oeuvre van artiesten als minimalist
Philip Glass en de Turkse rockzanger
Barış Manço opdoken, en deze keer trekken ze graag een parallel met de expedities van avonturiers als Stanley en Livingstone, wat meteen ook de titel van het album verklaart én de hoesfoto, want "living stone" is naast "fool's gold" of "klatergoud" één van de bijnamen voor het mineraal pyriet dat vaak verkeerdelijk door goudzoekers aanzien wordt voor echt goud. Muzikaal gezien klinkt dat op
Livingstone de ene keer al wat toegankelijker (opener
Hangmat, die exact doet wat de titel belooft) dan de andere (het tweeluik
Spectacles Pt. 1 & 2), dan weer eerder nijgend naar klassieke afrobeat (
Pompette,
Love Boat) of Ethio-jazz (het al vernoemde
Hangmat,
Ja Precis), maar dankzij toetsenist Pyke Pasman steeds met een elektro-ondertoon, en in
Stormvogel opnieuw duidelijk geïnspireerd door de Turkse psychedelica van eind jaren zestig en begin jaren zeventig. Dat deze bende nog lang muzikale horizonten mag blijven verkennen!
Jungle By Night komt Livingstone live voorstellen op 8 december in de Brusselse Ancienne Belgique!
www.junglebynight.com |
www.rushhour.nl
door
tim | 5 december 2018 |
Plaatjes |
Vijf jaar na
Black Ink is de Nederlands-Ethiopische
Minyeshu terug met
Daa Dee. Die titel laat zich vertalen als "de eerste babystapjes" en is het geluid dat Ethiopische moeders maken om hun spruiten aan te moedigen die eerste stappen te zetten. Het nummer is een zogenaamde
tizita, Amhaars voor "verlangen" of "nostalgie", en het Ethiopische equivalent van de Portugese fado of de Amerikaanse blues. Minyeshu die in 1996 via België in Nederland terechtkwam, verhaalt over haar zoektocht naar een nieuwe thuis in
Yetal ("waar is het?"): "I was looking for a home, while all the time not realizing I was already home, as home is me! I was inspired by life itself and all it has to offer - love, happiness, sadness, nature, gratefulness and so on - and all these things make up what home is and should be embraced.". Voor wie Ethiopië al eens bezocht heeft zal het onderwerp van
Enchet Lekema bekend klinken, want in dit nummer prijst Minyeshu de kracht van de vele vrouwen die dagelijks hun brood verdienen door vanuit de heuvels rond Addis Abeba grote bundels hout op hun rug naar de hoofdstad te verslepen waar ze het als brandhout verkopen. Opnieuw een ode aan de vrouw, maar in dit geval aan zowat de oermoeder van ons allemaal,
Dinknesh (in het Westen beter bekend als Lucy, de overblijfselen van een vrouwelijke Australopithecus afarensis in 1974 ontdekt in Noord-Ethiopië), is
Azawntua. Het stevig groovende
Wolayta is dan weer een eresaluut aan de
Welayta, een kleine etnische minderheid in Ethiopië die echter een grote invloed gehad heeft op de ontwikkeling van de muziek en dans van het land. Muzikaal gezien klinkt
Daa Dee minder cross-over en iets steviger ook, dan zijn voorgangers. Moderne Ethiopische muziek van een vrouw met ballen!
Lees verder
door
tim | 5 december 2018 |
Plaatjes |
De uit
Bandiagara in de centrale
Dogon-regio van Mali afkomstige
Sekou Bah mag je gerust een natuurtalent noemen. Hij leerde zichzelf al zeer jong gitaar spelen en vervoegde op elfjarige leeftijd het lokale Nangabanou Jazz orkest. Op zijn achttiende liet Sekou Mali achter zich om muziek te gaan studeren in Guinee, Senegal en Gambia. Daarna ging het snel. Bah trok de aandacht van muzieklegende Salif Keita en speelde drie jaar lang gitaar en bas aan diens zijde. Daarna volgde Oumou Sangare en sinds 2014 is Sekou de vaste bassist van Fatoumata Diawara. Maar nu was de tijd dus rijp voor een eigen soloalbum.
Soukabbè Mali ("de kinderen van Mali") is zeker geen wereldschokkend album geworden, vooral niet voor wie al vertrouwd is met de Malinese muziekscene, maar al van bij de energieke opener
Dogon Oulon, een ode aan het rijke cultuurpatrimonium van de Dogon, hoor je dat hier een vakman aan het werk is. In het intiemere
Kalan Ko, waarvoor Sekou wat vokale bijstand kreeg van rapper
Master Soumy, heeft Bah het dan weer over het falende Malinese onderwijssysteem, of hoe Afrika en Europa soms zeer dicht bij elkaar kunnen liggen, en een wijze levensles deelt hij dan weer in
Adamadenw: we zijn allemaal mensen, laten we stoppen met steeds de ander met de vinger te wijzen. Met titelnummer
Soukabbè Mali probeert Sekou Bah zijn landgenoten ervan te weerhouden hun land te verlaten voor een leven in het verre buitenland dat mogelijk nog moeilijker en gevaarlijker is.
Nourou Chi Rory zou je dan weer kunnen vertalen als "geld alleen maakt ook niet gelukkig", en in het instrumentale
Planette toont Bah tenslotte zijn virtuositeit op de gitaar. Oerdegelijk debuut van een doorwinterde Malinese artiest.
www.clermontmusic.com |
www.xmd.nl
door
tim | 4 december 2018 |
Plaatjes |
De Turkse singer-songwriter, producer en audiovisuele conceptuele kunstenares
Gaye Su Akyol zette zichzelf met het in 2016 verschenen
Hologram Imparatorlugu op de muzikale wereldkaart. Deze opvolger, een coproductie met gitarist Ali Güçlü Şimşek, kreeg
Istikrarli Hayal Hakikattir als titel, en dat laat zich dan weer vertalen als "consequente fantasie is realiteit". Akyol licht graag toe: "In terms of its philosophy, lyrics, music and motto, this album is the dream of pure freedom, of showing the courage to be yourself, of looking at the culture I was born into without alienation, a "dreaming practice" propounded into a country and world that is increasingly turning inward and becoming a conservatized prison.". Muzikaal gezien combineert het album invloeden uit de Anatolische psychedelische pop en rock van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar ook genres als surf (
Laziko) of flamenco (
Şahmeran) en de jaren zeventig-achtige synthesizerklanken van
Hemşerim Memleket Nire deden ons dan weer aan de door de Italiaanse synth-pioneer
Giorgio Moroder gecomponeerde soundtrack van
Midnight Expresslink denken, toevallig een film die zich ook in Turkije afspeelde.
Lees verder